Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Death by woman

Uit: Schrift 287 Judit, geweldig of gewelddadig?
(jaargang 49, nummer 3, augustus 2017)

Kijk voor meer informatie over Schrift. Tijdschrift over de bijbel bij Kokboekencentrum tijdschriften. Een proefabonnement op Schrift? Twee nummers voor 15 euro.

Wat er door een man heengaat als hij door een vrouw wordt vermoord? Niet veel, lijkt me. Jaël gaf Sisera geen tijd voor schaamte en Judit gaf Holofernes geen gelegenheid voor pre-feministisch inzicht. Anders ligt het voor de omstanders. Anders ligt het voor ons. Over fascinatie en ambivalentie.

De reactie op de moord

Als Judit en haar gezelschapsdame na een lange wandeling met het hoofd van Holofernes in haar handtas aankomen bij de poort van de stad, is er ongeloof (13,13), maar de verteller koppelt die niet aan Judit als vrouw. De zegenspreuk die men daarna over haar uitspreekt, refereert wel aan haar vrouw-zijn. Ozias noemt haar ‘dochter’ (de NBV laat het woord weg, vermoedelijk om misverstand te vermijden): ‘Gezegend bent u(, dochter,) door de allerhoogste God, gezegend boven alle vrouwen op aarde!’. Hij koppelt trouwens meteen door naar God, als de ultieme ‘machthebber’ (13,18). Dat laatste is niet genderspecifiek. Het geldt ook voor de ‘zonen van Israël’. De Ammoniet Achior zal zich laten besnijden, niet omdat er in Judea zo’n geweldige vrouw rondloopt, maar omdat de God van Israël dit alles gedaan heeft (14,10).

Bij de Assyriërs ligt het aanzienlijk scherper. Bagoas’ eerste reactie is: ‘Ze hebben ons in de val laten lopen, die slaven! Een Hebreeuwse vrouw heeft het huis van koning Nebukadnessar van zijn eer beroofd! Kijk dan, Holofernes ligt daar op de grond en zijn hoofd is eraf!’ (14,18). Schaamte en schande voor de partij van het ‘slachtoffer’. En maximaal, want de daders zijn slaven, Hebreeën, en de moordenaar is een vrouw. Dat het huis van die ‘oppergod’ Nebukadnessar, getroffen is door deze losers, is een onvoorstelbare schande.

Maar ook de dader spreekt zich uit in een loflied op jhwh en presenteert zichzelf daarin op een veelzeggende manier (16,3-12; zie de tekstpagina onderaan dit artikel). Judit bevestigt de interpretatie van Bagoas, de Assyriër. Holofernes is oneerbaar gevallen. Tegenover de jonge mannen, de titanenzonen en zelfs de grote giganten zet Judit in haar lied zichzelf neer, Judit de dochter van Merari. Geen man, maar een vrouw. En daaraan mogen we toevoegen, Holofernes is niet door het zwaard gevallen, maar voor de schoonheid van een vrouw. Het zwaard deed ‘gewoon’ zijn werk, maar de schoonheid van Judit was killing. Hier is een vrouw die geen mannelijk geweld nodig heeft om een man ten val te brengen, maar genoeg heeft aan haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Een vrouw die zichzelf als wapen heeft. Fascinerend en bijzonder verontrustend, voor mannen. En een opsteker voor vrouwen, vanuit een pre-feministisch perspectief.

Dodelijk spel

Maar hoe gaat Judit te werk en hoe werkt Holofernes zich in de nesten? Hoe stelt de verteller deze verraderlijke verleidster voor en hoe haar gewillige slachtoffer? We volgen de tortelduifjes vanaf het begin tot het geweldige én gewelddadige einde.

Hoe bereidt Judit zich voor op de strijd? Ze legt haar rouwkleed af én haar weduwedracht, ze baadt zich en wrijft zich in met kostbare mirre. Ze maakt haar haar op en doet een hoofdband om, ze trekt haar mooiste kleren aan. Ze doet sandalen aan en tooit zich met enkelringen, armbanden, ringen, oorhangers en andere sieraden. ‘Ze maakte zich zo mooi op, dat ze verleidelijk was voor iedere man die haar zou zien’. De verleidster is er klaar voor. Nu de mannen nog.

Het begint al met het eigen manvolk in de stad. Die raken ‘diep onder de indruk van haar schoonheid’ en als ze de stad verlaat, het dal in, volgen ze haar met hun ogen, tot ze haar niet meer kunnen zien (10,7-10).

Als ze aankomt in het kamp van de Assyriërs, lopen alle soldaten te hoop. Ze komen om haar heen staan om haar schoonheid te bewonderen. De verteller tekent de Assyriërs als ware gojim want ze weten zelfs uit haar schoonheid een antisemitisch argument te bouwen: ‘Wie zou het volk minachten dat zulke vrouwen telt? Nee, het is niet goed ook maar één van hun mannen in leven te laten, want als ze ontkomen, dan kunnen ze de hele wereld naar hun hand zetten’ (10,19). Ook Holofernes, die zelf in ongekende weelde leeft, heeft maar voor één ding oog, haar schoonheid: ‘Toen Judit voor hem en zijn gevolg verscheen, maakte haar schoonheid grote indruk’ (10,23).

Staat in hoofdstuk 10 haar schoonheid voorop, in hoofdstuk 11 gaat het om haar wijsheid. Holofernes schiet als hij haar ziet, meteen in zijn machtige man – zwakke meid patroon: ‘Wees maar gerust, wees niet bang!’ Judit, van haar kant, begint haar lange en slimme toespraak met een passage waarin ze de goede man nog eens opvrijt:

Zowaar Nebukadnessar, koning van de hele aarde, leeft en bij de macht van hem, die u heeft gezonden om orde te scheppen onder al wat leeft: niet alleen mensen zijn door u aan hem onderworpen, ook de wilde en tamme dieren en de vogels zullen door uw kracht leven voor Nebukadnessar en heel zijn huis. Want wij hebben van uw wijsheid gehoord en u hebt naam gemaakt met uw daden. Overal op aarde wordt verkondigd dat er niemand in het hele koninkrijk zo bekwaam is als u, zo geniaal en zo indrukwekkend als strateeg.’ (11,7-8)

Judit voert de spanning op met drie dagen tijdrekken. Op de vierde dag bedenkt Holofernes een feestmaal voor hem, haar en wat bedienden, en stuurt zijn eunuch eropuit om Judit zover te krijgen dat ze mee aanzit: ‘Want het zou toch een schande zijn als we zo’n vrouw laten schieten zonder van haar gezelschap te hebben genoten’. Judit speelt het spel mee – het is immers haar spel! ‘Zou ik mij niet haasten om alles te doen wat hem behaagt’. Als Judit dan binnenkomt, omgekleed en mooi gemaakt, is het pleit beslecht:

Holofernes’ hart sloeg over toen hij haar zag en hij raakte buiten zinnen van verlangen naar haar. (Sinds de dag dat hij haar voor het eerst zag had hij al naar een goede gelegenheid gezocht om haar te verleiden.) Hij zei tegen haar: ‘Kom, drink met ons en wees vrolijk’. Judit antwoordde: ‘Dat zal ik zeker doen, heer, want voor mij is dit de heerlijkste dag van mijn leven’. (...) Holofernes was verrukt van haar en dronk heel veel wijn, meer dan hij ooit in zijn leven op één dag gedronken had. (12,10-20)

Zo eindigt de geveinsde heerlijkste dag van haar leven en de unieke wijndag van Holofernes. Hij ligt stomdronken voorover op zijn bed, klaar voor de slacht.

Zo doen wij dat

Niet elke moordenares fascineert. Geweld is genderspecifiek. Mannen plegen beduidend meer geweld dan vrouwen en doen dat meest buiten de eigen kring en gericht op ‘vreemden’, terwijl vrouwen geweld plegen vooral om hun eigen omgeving, hun kinderen en henzelf, te beschermen of te wreken. Een moordenares fascineert als zij de gender-grenzen overschrijdt, de mannenwereld betreedt en geweld pleegt dat ‘mannig’ is – zoals Judit die het zwaard hanteert tegen een legeraanvoerder –, maar ook als zij haar gender subliem uitbuit en haar vrouwelijkheid inzet tegen de man – zoals Judit die Holo verleidt.

Deze fascinatie is per definitie ambivalent.

Toen ik mijn oudste dochter het verhaal van Judit vertelde, reageerde ze met een kort en krachtig: ‘Zo doen wij dat!’. Ze had zich de rol van Judit al toegeëigend. Het verhaal had zijn doel bereikt. Daarin zit geen ambivalentie.

Voor mannen kan het anders liggen. De vrouw-doodt-man overschrijdt de gendergrenzen en haar gedrag gaat ten koste van de man en niet alleen het slachtoffer of de vijanden. Voor mannen is Judit niet zomaar de vrouw die haar vrouwelijkheid ten volle benut, maar kan zij de verraderlijke verleidster zijn. Natuurlijk kunnen vrouwen zich die typering toe-eigenen als geuzennaam, maar het is en blijft mannenpraat.

Onze oer-Hollandse heldin Kenau is van top tot teen ambivalent. Misschien ligt het aan onze Hollandse mentaliteit, maar ik verdenk ook de mannen. Holland heeft Kenau Simonsdochter de hemel in geprezen en tot onder het maaiveld afgezeikt. Emanuel van Meteren beschrijft haar in 1599 zo: Die van binnen Haarlem hadden ooc een cloecke vrouwe ende eerbaer weduwe, omtrent XLVI jaren out, Kennau genoemt, die dander vrouwen in allen noot aenvoerde ende met eenighe andere veel manlycke daden boven vrouwen aert bedreef op ten vijant, met spiessen, bussen ende sweert, als een man haer behelpende in vrouwelycke habijt. Deze Kenau die de Spanjaarden te lijf ging, staat bekend als feeks, manwijf, kreng, helleveeg en haaibaai. Een kenau dus. Mannen weten er wel weg mee.

Vrouwen ook. In feministisch perspectief is geweld niet genderspecifiek en zou geweld van een vrouw geen andere reactie moeten oproepen dan dat van een man. Zo gedacht eindigen alle oude heldinnen op de vuilnisbelt van de geschiedenis en zijn alle toekomstige heldinnen gewoon ‘helden m/v’. Is in een radicaal feminisme het enig toelaatbare wapen van de vrouw een ‘mannig’ wapen zoals een AK-47, een raketwerper of het pookje van de drone? Moet zij voortaan afzien van haar gender-bepaalde vrouwelijkheid, van haar lijf of haar sandalen (wat is dat toch met die sandalen van Judit?!), haar kooktalent of haar tong?

Het resultaat van een dergelijk radicalisme is, opnieuw, ambivalentie. Want is onze heldin Judit echt een gênante vrouw, die o zo dom, de klassieke gender-patronen bevestigt? Mogen vrouwen niet trots zijn op deze dappere vrouw, juist omdat zij zo slim gebruik maakt van de klassieke genderpatronen en tegelijk de onzin ervan bevestigt? In alle radicaliteit kun je rekening houden met de realiteit van nu en strategisch omgaan met bestaande genderpatronen en mannelijke fascinaties.

Verhaal en mythe

Met onze ratio komen we niet ver in het land van de heldinnen. De blijvende fascinatie toont dat Judit en haar collega’s diepe wortels hebben in de menselijke of, misschien beter, mannelijke geest. Pandora staat voor de nieuwsgierige vrouw; Medusa voor de vrouw die je (de man!) met één blik versteent; Hera, Athene en Aphrodite, drie jaloerse dames die met elkaar ruziën om een gouden appel waarop staat: ‘voor de mooiste’. En, met een overgang naar ‘mannig’ geweld, denk aan de Amazonen en het gevecht van Penthesilea met Achilles. Mythische motieven – nu even beperkt tot ‘de vrouw’, over ‘de man’ valt ook het een en ander te vertellen... – die voortdurend terugkeren in onze verbeelding van de werkelijkheid. De verraderlijke verleidster en de vrouw-doodt-man passen ook in deze categorie van mythische karakters.

De Assyriërs staan beschaamd, omdat hun leider door een vrouw gedood is, en Judit laat weten dat ze zich van dit effect van haar daad bewust is. Zo was het de bedoeling. Diepe vernedering en een navenante uitwerking op de vechtlust van de vijanden.

Het verhaalkarakter Judit is een realisatie van twee archetypische karakters, de verraderlijke verleidster en de vrouw-doodt-man, mythische perspectieven op de werkelijkheid, die zich telkens weer laten gebruiken om een krachtig verhaal te vertellen, zoals in propaganda. In een dergelijk mythisch narratief perspectief is het niet meer dan vanzelfsprekend dat men volop gebruik maakt van stereotype genderpatronen. De sandalen van Judit, de kookkunst van Um Hanadi en de Koerdische tong.

Kookkunst

CNN bericht op 29 september 2016 over Wahida Mohamed Al-Jumaily, beter bekend als Um Hanadi. Zij is 39 jaar, grootmoeder en leider van een strijdgroep van 70 man in Shirqat, 80 km ten zuiden van Mosoel. Haar motivatie is wraak. Ze verloor haar man (tweemaal), haar vader en drie broers. De verslaggever vergeet niet te melden dat vrouwelijke strijders een rariteit zijn in Irak.

Hoe presenteert ze zichzelf? Zelfs de top van IS is bang voor haar, zegt ze. Ze zal doorgaan met de strijd ondanks alles wat ze moet doorstaan, en ze brengt IS strijders tot een volstrekt vernederend einde. Ze tuigt de werkelijkheid op met haar trotse en wraakzuchtige ego-mythe. Of ze werkelijk meer klaar krijgt dan mannelijke leiders van andere strijdgroepen is de vraag, maar CNN zag in haar een verhaal.

Hoe zegt ze het? ‘Ik ontving dreigementen van de top van Daesh, ook van Abu Bakr zelf (Abu Bakr Al Baghdadi – de kalief van Daesh). Ik sta boven aan hun lijst, nog boven de premier’. En, ‘Zes keer probeerden ze me te vermoorden. Ik heb shrapnel in mijn hoofd en in mijn benen. Mijn ribben waren gebroken. Maar dat houdt me niet tegen’. De zelf verklaarde ‘huisvrouw’ heeft een bijzondere omgang met haar vijanden: ‘Ik onthoofd ze. Ik kook hun hoofden. Ik verbrand hun lichamen’. Een machete ligt klaar in één van haar trucks.

De foto’s zet ze op Facebook.

Als wij ululeren

Delil Soeleiman (AFP) bericht op 10 november 2016 over Koerdische strijdsters in Syrië. Zij maken deel uit van de Women’s Protection Units (YPJ) van de Syrian Democratic Forces (SDF), uit wraak en om hun moeders en zussen te beschermen voor het (seksuele) geweld van IS.

Hoe zien zij zichzelf? IS-strijders ‘schamen zich bij het idee dat ze worden gedood door een vrouw, iets wat ze beschouwen als haram, verboden. Als zij onze stemmen horen aan het front, worden ze erg bang. Elke keer als we aanvallen, breken we uit in youyous (ululeren)’.

‘Als een Koerdische vrouw in de YPJ doet het me veel plezier deel te nemen aan de campagne om deze huurlingen te verslaan. Onze stem jaagt ze angst aan. Ze zijn bang dat een vrouw hen zal doden. Wat hun betreft, zijn vrouwen niet meer dan slavinnen’.

Tot zover op de site van Yahoo. En uit een bericht van Tom Batchelor (Express, 11 april 2016): ‘Ik mag het wel dat zij hun hemel verliezen als wij ze doden. Als wij ululeren, worden zij lafaards’.

Is Ed Royce, de voorzitter van de U.S. House International Relations Committee, de bron van dit soort propagandistische berichten (Al Arabiya News, 21 September 2014)? Hij legt fijntjes uit dat IS-soldaten blijkbaar geloven dat zij gediskwalificeerd worden voor het maagdenparadijs als een vrouw hen doodt. Op Quora staat een antwoord op de vraag ‘waarom IS-terroristen denken dat ze naar de hel gaan als ze gedood worden door een vrouw’. De schrijver betoogt dat het onzin is te denken dat IS zo denkt. Een rationeel artikel, dat ons herinnert aan de invloed van propaganda op het nieuws, maar tegelijk niet ziet dat die propaganda werkt. Mythische motieven in een nieuw, Koerdisch jasje. Ze werken. Gender fascineert.

Een vrouw nog wel

Een laatste bericht, nu uit de NRC van maandag 1 mei jongstleden. Onder de kop ‘De vrouw die Suriname wil redden’, schrijft Nina Jurna over de Nederlandse Maisha Neus die ‘de nieuwe felle voorvrouw van de protesten tegen de Surinaamse regering’ is. ‘Veel Surinamers zijn nog steeds bang voor Bouterse (...). Nu staat er ineens een moedige activist in de voorste linie, een vrouw nog wel, die zich harder uitspreekt tegen Bouterse dan eerdere demonstranten deden’. Een vrouw nog wel – de journaliste ziet hierin iets opmerkelijks, terecht, want deze vrouw stapt een mannenwereld binnen. Hoe reageren de mannen? ‘Neus heeft een zakelijke vastberadenheid over zich, die door sommigen in Suriname gezien wordt als betweterigheid of arrogantie’. Kenauitis? Hoe dan ook, zal Maisha Neus bevrijding brengen?

Bronnen

  • Emanuel van Meteren, Belgische ofte Nederlantsche historie van onsen tijden, Delft 1599.

  • http://edition.cnn.com/2016/09/28/middleeast/iraq-housewife-fights-isis/

  • https://www.yahoo.com/news/syria-kurd-women-fighters-revenge-against-jihadists-130024566.html

  • http://www.express.co.uk/news/world/659967/Islamic-State-militants-scared-female-fighters-fighters-fear-they-wont-go-heaven

  • http://english.alarabiya.net/en/variety/2014/09/21/Why-ISIS-fighters-prefer-to-be-killed-by-men-.html

  • https://www.quora.com/Why-do-ISIS-terrorists-think-that-they-will-go-to-hell-if-killed-by-a-women

Judit 16,3-12

We citeren een deel van het gedicht uit de Nieuwe Bijbelvertaling, maar zetten witregels zodat de strofen zichtbaar worden. Al doende hebben we ook de Griekse regelvoering hersteld, in verzen waar te lange regels gescheiden zijn in de NBV.

Assur kwam over de bergen in het noorden,
hij kwam met de tienduizenden van zijn legermacht;
hun menigte deed bergstromen stokken,
hun ruiters overdekten de heuvels.

Hij dreigde mijn land plat te branden,
mijn jongemannen uit te roeien,
mijn zuigelingen tegen de grond te gooien,
mijn kinderen buit te maken,
mijn meisjes te roven.

Maar de almachtige Heer blies hem omver
door toedoen van een vrouw.
Want hun held is niet gevallen door jongemannen,
geen titanenzonen hebben hem verslagen,
geen sterke giganten hebben hem aangevallen,
maar Judit, de dochter van Merari, verlamde hem
door de schoonheid van haar gezicht.

Zij heeft haar weduwedracht afgelegd
om de verdrukten van Israël op te richten.
Zij heeft haar gezicht ingewreven met mirre,
een hoofdband om haar haar gebonden
en een linnen gewaad aangetrokken om hem te verleiden.
Haar sandaal verrukte zijn oog,
haar schoonheid nam zijn hart gevangen,
het zwaard doorkliefde zijn nek.

De Perzen huiverden van haar durf,
haar moed bracht de Meden in paniek.
Toen juichten de vernederden:
mijn verzwakte volk begon te roepen – en zij waren verbijsterd;
mijn volk verhief zijn stem – en zij werden verdreven.
De kinderen van jonge vrouwen doorstaken hen,
verwondden hen als kinderen van opstandelingen;
de strijdmacht van de Heer, mijn God, vernietigde hen.