Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Een belang hebben om te luisteren

Terugblik op de Areopagus-cursus ‘Actuele Prediking’, 26/27 juni 2017

Bij Areopagus verspreiden we graag een goed woord over de preek. Dat is nodig. Het valt me op hoe vaak er een negatief discours over predikantschap en prediking gaande is in de kerk. Soms is dat zeker terecht. We zijn er om dat ernstig te nemen en ermee aan de slag te gaan. Als je als predikant het vermoeden krijgt dat je prediking ‘ondermaats’ is, dat wil zeggen: dat je exegese zelden nog verrassend is, dat je toepassingen voorspelbaar zijn en dat je bevlogenheid minimaal is, dan wil je dat tot nadenken brengen. Het hoort bij onze geestelijke houding, bij de ernst van onze roeping en bij onze professionele attitude, om op dit kardinale punt alert te zijn. Niettemin: Het is niet voor niets dat er vaak een geur van azijn opstijgt uit die klagerige en negatieve gesprekken over prediking. En amper gaat het gepaard met een zinnig alternatief. Hoe het ook zij, het doet ertoe om in al die realistische zorgen, juist nu ook het verhaal te vertellen van de geestelijke kracht die vrij kan komen tijdens een preek. In een preek kan het je gebeuren dat je doodgaat en opstaat, dat je je gewonnen geeft en dat je in een nieuwheid van leven je werkweek durft te beginnen of je chemokuur. Die verhalen, die er ruimschoots zijn, hebben we aan elkaar te vertellen en met elkaar te beoefenen.

Speeches

Het valt me trouwens op hoezeer de basale vorm van een speech, ook van de monoloog, onaangetast is. De klacht daarover is ‘zo 1970’. Leeftijdsgenoten zie ik met een soort plezier werken aan een ‘motivational speech’ op hun werk. Als een zinnige TedX-talk rondzoemt op het internet, krijg ik hem van verschillende kanten in mijn inbox. Juist ook op pioniersplekken zie ik hoezeer de kracht van de verwoording en de vormgeving door een voorganger cruciaal is. Ook in Rooms-katholieke kringen merk ik hoezeer het precieze van een goede homilie geliefd is. Bij Areopagus proberen we de komende tijd naar kruisbestuivingen te zoeken: Waarom werken bepaalde vormen zo goed, welke dialogische kracht wordt er ontwikkeld in de verschillende vormen, hoe kun je de atmosfeer van de tijd gebruiken om een woord te spreken dat ter zake is?

Theologisch geldt: De kerk staat of valt met het spreken van God. Dat gebeurt op velerlei manier, maar het middel met de grootste theologische belofte en de meest pregnante gestalte ervan, is de prediking. Het is daarom een kerntaak in de kerk om dat spreken van God te dienen. Dat vraagt een bestaan van gebed en geestelijke stabiliteit, van een leven met de Schriften en een strijd tegen de zonde, van je oefenen in de vreugde en in de solidariteit met je naaste.

Ken je mijn wereld?

Het spreken van God, fascinerend en riskant genoeg, gebeurt door mensen die over God spreken. En dat spreken over God doet er daarom eveneens toe. Het doet ertoe hoe je spreekt en wat je zegt. Thomas Long, (in ‘What Shall we Say. Evil, Suffering and the Crisis of Faith’, citeert Charles Taylor, die schreef: ‘Much of secularism in our culture is not the result of religious devotion slipping away, but of the rise of alternative ways to describe reality that seem to have more persuasive power than the language of faith.

Kort gezegd: secularisatie is niet alleen maar een gevolg van vroomheid die wegsijpelt, het is ook een gevolg van ‘andere versies over de werkelijkheid’ die vaak simpelweg meer overtuigingskracht hebben. Je kunt, om het anders te zeggen, in een preek ook zo spreken over deze wereld, over het ‘bestaan van nu’, over wetenschap en politiek, over samengestelde gezinnen en scheiding, over ziekte en onvermogen, dat je jezelf ongeloofwaardig maakt. Dat allerlei hoorders denken: ‘Dominee, in welke wereld leeft u?’ Of: ‘Dominee, wilt u wat zorgvuldiger praten over ziekte? Mijn moeder sterft onder mijn ogen aan ALS’. En als je die indruk wekt, dat een hoorder denkt dat jij zijn of haar leven niet deelt of kent, is soms ook je spreken over God erg moeilijk te begrijpen of te geloven. Omgekeerd: het heeft echt missionaire betekenis wanneer je zo over het mensenleven kunt spreken, zo waarachtig en inclusief, over wat deze tijd aan ons doet, dat allerlei soorten luisteraars denken: ‘Jij leeft in mijn wereld, je durft zelfs te zeggen wat ik zelf amper durf toe te geven’. Een missionaire attitude is niet slechts een appèl op vroomheid, hoewel dat ook, maar ook een appèl om geloofwaardigheid, existentialiteit en integriteit in ons spreken over God. Ik merk zo vaak, bijvoorbeeld, dat alleen al een barmhartig woord over de strijd van het bestaan, allerlei soorten mensen raakt, iets doet openen in henzelf. Waarom denk je dat Paus Franciscus zoveel mensen juist daarin aanspreekt. Omdat hij voortdurend ook spreekt over de lijdenden. Vergeet niet: barmhartige woorden zijn schaars in onze leip-harde wereld.

Drama

Dit is een lange aanloop om een critical incident te benoemen, dat gebeurde tijdens de laatste cursus van Areopagus (26/27 juni 2017). Aan het einde van de dag, in het avondprogramma, sprak een collega over ‘preken ten tijde van een lokaal drama’. Een kleine twintig jaar geleden was hij predikant in een setting waarin een jong mensenkind vermist werd en, naar later bleek, vermoord was. Hij nam ons mee in een reconstructie van die periode, en wat het voor hem betekende als predikant. Misschien dat we als groep collega’s zo intens luisterden omdat juist een paar weken daarvóór twee jonge meisjes vermoord waren, misschien omdat we uit ervaring weten dat dit een onderdeel van onze roeping als predikant is: erbij geroepen worden in soms zeer aangrijpende omstandigheden om daarin predikant te zijn. De collega vertelde van de begeleiding van het gezin, van de contacten met de school, van de deining en de verbijstering in de kerkelijke gemeente, van de eigen worsteling, en hij vertelde wat het daarin betekent om te preken: Hoe je in deze omstandigheden preekt en waarover.

Lessen

Twee dingen vielen mij sterk op. Ten eerste: alle facetten van je predikantschap accelereren in zulke omstandigheden. Juist dan doet het ertoe of je theologie hebt gestudeerd, of je doorgedacht hebt over God, kwaad en het lijden, of je in die omstandigheden die kennis en die diepgang ontsluiten kunt voor mensen in nood. Als je gestopt bent met met denken, wat ga je dan op deze momenten zeggen? Misschien dat juist dan navrant pijnlijke dingen je kunnen ontschieten, die mensen pijn doen en vervreemden van het Evangelie? Het doet ertoe of je geoefend hebt in een dialogische houding, waarin je met allerlei betrokkenen uit je context (politie, burgerlijke overheid, pers, gemeente, school) communiceren kunt in je rol als predikant. Het doet ertoe of je geestelijk en pastoraal geleerd hebt om in deze omstandigheden een mens van gebed te zijn, die weet te zwijgen, die weet te verbinden, die weet een netwerk van zorg en gebed te creeren rondom mensen in nood. Het doet ertoe of je je eigen biografie kent, of je weet wat de pijn van de ander oproept in je eigen herinneringen van verdriet en leegte. Het doet ertoe of je zo met de Schriften leeft, dat je op deze momenten meer dan clichés weet te lezen en te vinden.

Ambacht

Al die ‘reguliere facetten’ in het predikantschap, die wij wekelijks beoefenen, accelereren in dergelijke periodes. Het was adembenemend om te zien hoezeer predikantschap op zo’n manier werkelijk een zegen kan zijn, echt: een zegen. Hoe zowel op school als in de gemeente, op micro-niveau: in een gezin dat lijdt, juist al die facetten van het predikantschap ontsloten worden. Wat een zegen het is als er een vertrouwelijke band is opgebouwd tussen predikant en gemeente. Predikantschap is ook echt een ambacht, dat opgebouwd wordt door jaren van studie, door leven in een gemeenschap, door gebed en dieper verworteld raken in de Schriften. Nogmaals: daarom hebben wij negatieve discoursen over het predikantschap, of sanerende discoursen op beleidsniveau, te onderbreken met een pleidooi voor dit soort predikantschap en door deze verhalen te vertellen. Daarom heeft de kerk, juist als ze missionair wil zijn, de omstandigheden te creeren waarin dit soort predikantschap kan gebeuren.

Relationeel/missionair

Het tweede: kristallisatiepunt van dit alles was de liturgie en de prediking. De predikant vertelde hoe essentieel het was om dit ‘irreguliere drama’ te kunnen verwerken in de ‘reguliere vormen’ van de zondagse liturgie, van de Psalmen, de liederen en de gebeden. Hoe in onze traditie een taal beschikbaar is die dit drama aankan. Hoe de gewoontevorming van zondags naar de kerk gaan, daadwerkelijk helpt op deze momenten. De predikant had de preek meegenomen die hij gehouden had op de zondag nadat het jonge gemeentelid vermist was, toen haar lot nog onbekend was. We luisterden zeer aandachtig als collega’s. Wat viel me op: Wat we bij Areopagus bedoelen met ‘relationele en missionaire hermeneutiek’ gebeurde hier. Er werd een Jesaja-fragment gelezen, dat eerder die week op school gelezen was, en de predikant wist in de preek op een geconcentreerde en fijnzinnige manier verbindingen te leggen tussen het bijbelstuk en het zich ontvouwende drama. Het bijbelgedeelte schiep ruimte, gaf woorden om op een actuele manier te spreken over leven en dood, over Godsvertrouwen en ballingschap, over wrede slechte machten die Israel en ons mensen tot wanhoop brengen, over de profetische belofte: ‘Wees niet bang. Ik ben bij je’, over wat het betekent om op een realistische manier, weet hebbend van leven en dood, toch niet bang te zijn. Daar gebeurde relationele en missionaire homiletiek.

Op het spel staan

De predikant vertelde dat op die zondagmorgen de hele klas van het jonge gemeentelid in de kerk aanwezig was. Stel je voor: dertig krijtwitte pubers die voor je zitten in de kerk, zich geen raad wetend om dit drama. De liturgie was niettemin zoals altijd, en de preek was aangrijpend, ernstig en zeker niet makkelijk. Maar iedereen wist precies waar het over ging en was zeer betrokken. De predikant zei: ‘Als je een belang hebt in het luisteren, speelt moeilijkheidsgraad amper een rol’. Die opmerking is me bij gebleven. Het is een misvatting om te denken dat prediking makkelijker moet of simpeler. Zeker: het moet verstaanbaar zijn, in taal van nu. Maar de essentie ligt ergens anders: Het gaat erom ‘of je merkt dat er voor jou iets op het spel staat in de preek’. Als prediking gaat over onderwerpen ‘waarin jij een belang hebt om naar te luisteren’, wanneer het dus gaat om jouw bestaan en om wat jou benauwt. Het is een vraag naar of er voor de prediker en voor de hoorder iets op het spel staat in de preek. Ook voor de prediker dus. Als er voor hem of voor haar niets op het spel staat in de preek, verwacht dan geen ‘belang’ bij de hoorder. Misschien is dat één van de essenties van de missionaire vraag: Weten wij wat er op het spel staat, in de de pericoop die we lezen, en dat in relatie tot de tijd waarin we leven, onszelf en de hoorder? Vanuit die epifanische momenten zouden we eigenlijk het preekproces moeten opbouwen.

Met dank aan de groep collega’s, met wie we een prachtige tweedaagse hadden.