Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Jongeren en de preek

Betrokkenheid bij de preek is een taak van de hele gemeente

Dit is de licht bewerkte tekst van een lezing van Nelleke Plomp, verbindend specialist Vieren bij JOP, tijdens een studiebijeenkomst ‘Jongeren en de preek’ in Sliedrecht, op 4 oktober 2018.

Zie ook:

Ongeveer een jaar geleden spraken we met een paar collega’s van HGJB en JOP over het thema jongeren en de preek. Zowel vanuit jongeren, hun ouders en jeugdleiders als van predikanten ontvingen we signalen van verlegenheid rondom dit thema. Dit gesprek was de aanleiding voor mijn onderzoek1, waarbij ik vooral het perspectief van de jongeren onder de loep wilde nemen. Dat dit een thema is dat leeft, blijkt wel uit het grote aantal waarmee u vanmorgen naar Sliedrecht gekomen bent. Mooi om voor zoveel predikanten, kerkelijk werkers en andere sprekers te staan vanmorgen, maar het toont ook de urgentie en de pijn aan: jongeren die betrokken zijn bij de preek is geen vanzelfsprekendheid. Uit recent onderzoek van JOP naar het jeugdwerk in de breedte van de Protestantse Kerk, blijkt dat meer dan de helft van alle ruim vijftienhonderd gemeenten vindt dat er meer aandacht moet zijn voor jongeren in de kerk. Hun afnemende betrokkenheid wordt als zeer zorgelijk gezien.

Het verlangen om jongeren bij de preek te betrekken is wat u, wat ons, hier vanmorgen bindt. Tegelijkertijd is er veel diversiteit binnen de Protestantse Kerk, zowel op theologisch gebied als in de context van de gemeenten. 
Misschien komt u uit een gemeente met bloeiend jeugdwerk, genoeg jongeren die deel uitmaken van de gemeente en op zondag in de kerkdienst zitten. Maar tijdens de preek lijken ze vooral geïnteresseerd in hun mobiel. Hoe aansprekend u het ook probeert te maken. En hun ouders kloppen ook regelmatig bij u aan dat het echt anders moet. Maar hoe dan? Zien ze niet wat u allemaal doet?! Wellicht heeft u van alles geprobeerd om de betrokkenheid bij de preek te vergroten. Het zou zelfs kunnen dat u een aantal van de 56 tips uit mijn onderzoek kunt afvinken. Check, gedaan. Werkte niet. Of: werkte twee keer en toen toch weer niet.

Ik zie ook predikanten die helemaal geen of maximaal een handjevol jongeren in de gemeente hebben. Als deze jongeren een keer op zondagochtend in de kerk zitten, kiezen ze daar bewust voor. Het is duidelijk dat ze verlangen naar een preek die raakt. Maar hoe doet u dat? Zo preken dat deze jongens en meiden niet alleen betrokken raken, maar dat ze ook ingewijd worden in een gelovig leven? En wat zou u kunnen doen zodat er misschien méér jongeren aangetrokken worden door de kerkdienst?

Jongeren en de kerkdienst: het lijkt geen vanzelfsprekende combinatie en dat geldt voor de breedte van de kerk. Toch blijft dat verlangen dat de Geest waait tijdens de kerkdienst en dat ook jongeren God mogen kennen en ervaren. Geen verlangen tegen de klippen op, want de preek is en blijft een krachtig middel waar God ook nu nog doorheen werkt. Gelukkig zijn er ook vandaag jongeren die Jezus willen volgen en hunkeren naar een woord dat er toe doet.
We willen u dan ook aanmoedigen om in uw gemeente, in uw praktijk sámen met jongeren, ouders, kerkenraad en jeugdleiding te blijven zoeken naar wegen om de woorden van de preek Woord te laten worden, ook voor jongeren. Want wat is het belangrijk dat ook adolescenten een plek vinden in het midden van de gemeente, het Lichaam van Christus. Voor henzelf, om zo met mensen van andere generaties, te oefenen in geloofstaal en -praktijken en God en elkaar te ontmoeten. Maar ook voor de totaliteit van de gemeente: de plek van jongeren is ook belangrijk voor predikanten en andere volwassen gemeenteleden, die kunnen leren van het prille geloofsenthousiasme, het verlangen naar echtheid en het bevragen van bestaande ideeën en praktijken.
Dit verlangen en deze insteek stonden de afgelopen maanden ook centraal in het onderzoek naar jongeren en de preek in Sliedrecht. Bewust hebben we gekozen voor Waarderend Onderzoek, een verandermethode die aansluit bij wat er al is, wat er goed gaat en vervolgens met de gemeenteleden zelf zoekt naar wegen om het goede te versterken en vergroten.

Eerst wil ik u meenemen in de resultaten en conclusies van dit onderzoek in Sliedrecht. Kernpunten hierbij zijn de homiletische driehoek van Woord, jonge hoorder en predikant, en de factoren ontvankelijkheid, identificatie en toepasbaarheid. Vervolgens zoom ik in op de dubbele verantwoordelijkheid van de predikant én jongeren, ouders en jeugdleiders. Betrokkenheid bij de preek is een taak van de hele gemeente.

Homiletische driehoek: Woord, jonge hoorder, predikant

Over de plaats, functie en noodzakelijkheid van de preek bestaan binnen de Protestantse traditie verschillende richtingen, gebaseerd op diverse theologische stromingen, u ongetwijfeld bekend. Vanmorgen nemen we de preek als bestaand gegeven en zoeken we naar wat ons bindt. Ik durf de stelling wel aan dat wij ons allemaal kunnen vinden in het Dienstboek van de Protestantse Kerk, waar het volgende staat:
‘Geroepen door haar Heer komt de gemeente samen voor de kerkdienst. Het is God zelf die zijn naam doet gedenken. De eredienst is daarom een dienst van God aan mensen, die de dienst van mensen aan God oproept, draagt en omvat.’2

Ook de preek is, als deel van de dienst van God aan mensen en van mensen aan God een responsiaal gebeuren. Met deze bril kijken we naar wat dit betekent voor de betrokkenheid van jongeren.

Dat de preek responsiaal is, betekent iets voor zowel de hoorder als de predikant. De interactie tussen Woord, predikant en luisteraar is van cruciaal belang om het Woord ingang te laten vinden. Het moet als het ware stromen tussen de drie punten van de homiletische driehoek. Marcel Barnard gebruikt in het boek Worship in the Network Culture de termen rooted en connected3: geworteld in Christus, theologie, exegese en traditie en verbonden met de hoorder, lokale context en cultuur. Ik zou deze twee termen niet alleen willen toepassen op de predikant, maar ook op de hoorder. Voor betrokkenheid bij de preek is het ook nodig dat jongeren rooted én connected zijn: zich geworteld weten in het Woord en zoeken naar de connectie met de predikant.

Theo Pleizier ontdekte in zijn promotie-onderzoek ‘Religious involvement in hearing sermons’ drie stadia die nodig zijn om van betrokkenheid te kunnen spreken:

  • ontvankelijkheid. Een open oor en open hart.

  • verblijven in de wereld van de preek. Om meegenomen te worden is het nodig dat de hoorder de preek met aandacht waarneemt en zich identificeert met de preek.

  • en actualiseren van het geloof. Een goede preek zorgt ervoor dat geloof op een nieuwe manier werkelijkheid wordt en realiteit is.4

Deze drie stadia zijn ook heel behulpzaam als het gaat om preken voor jongeren. Wat hebben jonge hoorders nodig om deze stadia te doorlopen? In mijn onderzoek heb ik gekeken waar deze drie punten raken aan de levenswereld en de ontwikkeling van jonge adolescenten.

Ontvankelijkheid: open houding en echtheid

Als het gaat om ontvankelijkheid zijn ‘warmte’ en ‘echtheid’ kernbegrippen. Uit het grootschalige Amerikaanse onderzoek ‘Growing Young’ naar gemeenten die tegen de trend jongeren betrekken en vasthouden, blijkt dat échte contacten en een warme gemeenschap cruciaal zijn om jongeren betrokken te houden. ‘Relational warmth is the new cool’5 .In onze netwerkcultuur is het dus belangrijk om warme banden met jongeren te onderhouden. Dit gaat niet zozeer om het aantal contactmomenten, maar begint met een open houding. Ben je toegankelijk als predikant? Weten jongeren je te vinden en durven ze hun vragen over God, geloof en de preek te delen? Durf je jezelf te laten zien in de preek? In interviews vertelden de jongeren regelmatig dat het hen bij het luisteren hielp als de predikant zichzelf ook als mens laat zien. Een voorbeeld uit het eigen leven, iets waarmee hij worstelt. Zo vertelde Johan Sparreboom een keer hoe hij zichzelf af en toe afbeult in de sportschool. Na afloop noemde verschillende jongeren dit als ‘aanhaakmoment’. Dit hielp jongeren om zich open te stellen om te luisteren naar de preek en daarmee zich open te stellen voor het Woord. Wie op een authentieke wijze, dienstbaar aan de boodschap, zichzelf inbrengt in de preek, is geen sta in de weg, maar juist een verwijzer naar het Woord.

Verblijven: één helder punt

Uit gesprekken met jongeren in Sliedrecht en een enquête bleek daarnaast dat de opbouw van de preek ontzettend belangrijk is voor jongeren om niet af te haken. Eén helder punt dat zonder veel herhalen op eenvoudige en aansprekende manier behandeld wordt. Dit werd als meeste genoemd om wel of niet te blijven luisteren. Het lijkt een open deur, maar jongeren vonden dat deze structuur te vaak ontbrak. ‘Te veel herhaling’ ‘Niet afwisselend genoeg’ ‘Te lang doorgaan op kleine details’, werden bijvoorbeeld genoemd als redenen om af te haken. Terwijl het goed kunnen volgen jongeren helpt om te blijven luisteren: ‘Het was één logisch verhaal, dat maakte het gemakkelijk om te luisteren.’ 

Verblijven: identificatie

Na een duidelijke structuur en een helder punt van de preek noemen jongeren het meest elementen die onder de noemer identificatie te scharen zijn. Thema’s, onderwerpen en voorbeelden waarin ze zich herkennen. Voor adolescenten geldt dit nog explicieter dan voor volwassen hoorders. Jongeren in de leeftijd van 15 tot 20 jaar zijn op zoek naar hun eigen identiteit en zoeken hierbij zowel naar verbondenheid en herkenning als naar eigenheid en het loskomen van verbanden. In hun ontdekkingstocht naar wie ze zijn, zijn ze - zoals dat heet - cognitief egocentrisch6. Dit houdt in dat ze denken dat hun gedachtegangen uniek zijn en dat ze zichzelf snel overschatten: ze denken dat iedereen dezelfde zaken als zij belangrijk vinden. Ze kunnen zich bijvoorbeeld niet voorstellen dat een predikant liedboekliederen mooier vindt dan Hillsong. Daarbij komt dat jongeren vaak idealistisch zijn. Ze kunnen steeds beter reflecteren en aangeven wat beter kan, maar de consequentie van verandering en de complexiteit van een situatie kunnen ze niet altijd inschatten. Door het kennen van jongeren, het liefst persoonlijk, maar zeker hun leefwereld en ontwikkeling, kun je als predikant fingerspitzengefühl ontwikkelen om in dit spanningsveld zowel ruimte te geven aan de ontwikkeling en ideeën van jongeren én hen tegelijkertijd te leren om deel uit te maken van het grotere geheel van gemeente en christelijke traditie.

Het is een kunst om het Evangelie door te laten klinken of juist een tegenwicht te laten zijn in de ‘existentiële lagen die door de cultuur worden opgedrongen’ in thema’s als dood en leven, verliezen en winnen, hoop en wanhoop. Wie in de preek hierin een brug weet te slaan tussen Woord en leefwereld, betrekt niet alleen jongeren, maar ook volwassenen. Voor jongeren specifiek is het belangrijk dat zij zich als persoon gezien weten en dat er heldere, inclusieve taal gesproken wordt. Jongeren willen weten waar het op staat, waar ze zich al dan niet aan verbinden én dat ze er helemaal bijhoren. Johan Sparreboom past dit bijvoorbeeld toe door consequent te tutoyeren in de preek en door bij elk voorbeeld jongeren voor ogen te nemen. Hij zegt: “Taal heeft een performatieve werking. Door jongeren voorop te stellen in mijn preken, roep ik de gemeente op om hetzelfde te doen.”

Actualiseren: praktisch preken

Tenslotte het laatste stadium: toepasbaarheid. Wat kan ik met de preek? Hoe helpt ze mij om een gelovig leven te leiden? Jongeren vinden een preek die in verbinding met hun leven staat van groot belang. Dat blijkt zowel uit de gesprekken als uit de enquêtes. Zo laat een jongere weten dat hij tijdens een preek afhaakt ‘omdat ik vaak niet weet wat ik met bepaalde boodschappen moet doen.’ Uit onderzoek naar het motiveren van jongeren blijkt dat een helder antwoord op de vraag ‘Waarom moet ik het eigenlijk weten of kunnen?’ belangrijk is.7 Waar volwassenen zich ook betrokken weten als ze intrinsiek esthetisch geraakt worden, overheerst bij jongeren het praktische element.

Praktisch preken dus. Maar hoe doe je dat zonder moralistisch of voorspelbaar te zijn? Omdat jongeren in deze fase vaak zwart-wit denken en nog niet de complexiteit van morele keuzes kunnen doorgronden, zijn ze vaak geneigd om geloofspraktijk vooral moralistisch in te vullen. Geloven als een set regels. Dit past bij de ontwikkeling van adolescenten, maar het is de taak van kerk en predikanten om hen verder te laten kijken en groeien in een leven in navolging van Christus.
De onderzoekers van Growing Young kwamen regelmatig jongeren tegen die ze ‘golden rule-christenen’ noemen. Jongeren die blijven hangen in het geloof in een niet-persoonlijke, liefdevolle God die vooral wil dat we elkaar liefhebben. Dit wordt ook wel moralistisch therapeutisch deïsme genoemd: God als man met baard op een wolk die ons glimlachend van boven aankijkt en zegt dat we er mogen zijn. Jongeren die zo geloven, hebben, zo blijkt uit het onderzoek, bovengemiddeld vaak weinig passie voor het geloof en verlangen om te groeien als discipel. Ook was de persoon van Jezus bij deze jongeren vaak uit beeld.8

Praktisch preken betekent juist Jezus’ boodschap serieus nemen. Niet: als goede christen ben je altijd aardig voor een ander. Maar: ik ben een gebroken mens, maar mag mij in Jezus Christus een geliefd kind van God weten. Dat betekent ook wat voor mijn omgaan met mensen op maandag. Minder abstract over geloven en liefde praten, en meer de verhalen, preken en verlossende handelswijze van Jezus benoemen. Jongeren meenemen in het verhaal van God en wat dit betekent voor wie ik ben, mijn relatie tot God en anderen en het leven hier en nu. Hierbij hoeven uitdagingen niet geschuwd te worden. Juist niet! Jongeren willen uitgedaagd worden om handen en voeten te geven aan Jezus’ boodschap.

In Sliedrecht werden jongeren tijdens een jeugddienst na de preek uitgedaagd om de week erna een challenge uit te voeren. Drie jonge mensen vertelde welke impact de boodschap van de preek op hun leven had. Vervolgens nodigden ze anderen uit om mee te doen de week daarop. Zo’n challenge was bijvoorbeeld om een collega of klasgenoot die je niet ligt die week eens met andere ogen te bekijken en liefdevol te benaderen.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Werken aan ontvankelijkheid, identificatie en toepasbaarheid is níet alleen een taak van de predikant. Betrokkenheid bij de preek is net zozeer een verantwoordelijkheid van jongeren, hun ouders, jeugdleiding en de hele gemeente als van de predikant. Ik vond het zeer opvallend dat zowel in de gesprekken met jongeren als in de enquêtes deze dubbele verantwoordelijkheid terugkwam. Jongeren verwachten dat de predikant oog voor hen heeft, maar leggen de verantwoordelijkheid van het al dan niet blijven luisteren of afhaken ook bij zichzelf of bij de rest van de gemeente. ‘De vermoeidheid van mijzelf’, ‘Mijn gedachtes dwaalden af’, ‘Iemand voor mij moest niesen en zijn moeder zei STT. Toen kon ik niet meer luisteren’.

Betrokkenheid bij de preek gebeurt nu eenmaal in die driehoek, de wisselwerking tussen predikant én jongere en het Woord. Dat tweerichtingsverkeer mag benoemd worden. Wat doe je zelf om te zorgen dat je betrokken raakt? Deze vraag mag best aan jongeren, ouders en in het jeugdwerk gesteld worden. Niet als verwijt, maar als eerlijke vraag en aanzet tot een goed gesprek. Wie aan jongeren vraagt wat ze zelf zouden kunnen doen, kan wel eens verrast komen te staan over de antwoorden. De jongeren in Sliedrecht noemden, naast bijvoorbeeld het meeschrijven of tekenen om zo bij de les te blijven, ook praktische zaken als voldoende zuurstof in de kerkzaal en koffie vóór de kerkdienst. Dingen waar ik niet snel aan gedacht zou hebben als het om betrokkenheid bij de preek gaat, maar waarvan ik me goed kan voorstellen dat het werkt.

Balans tussen faciliteren en sturen

Preken zodat jongeren betrokken raken en in beweging gezet worden, vraagt om een zorgvuldige balans tussen faciliteren en sturen. Jongeren hebben ruimte nodig om mee te denken, input te leveren en te mogen zoeken. Tegelijkertijd verlangen ze naar heldere antwoorden. Preken mogen - moeten - ook een tegenover zijn, Woord waaraan jongeren zich kunnen scherpen. Jongeren geven zelf aan dat de preek voor hen iets anders is dan een presentatie, ze verwachten van de preek iets te leren. ‘Dat ik wat van God meeneem de week in’, verlangt een meisje. Dit heilige, dit andere, van de preek mag ook benoemd worden. Een hart voor jongeren is belangrijk, maar het gaat er niet om door hen leuk of aardig gevonden te worden. Juist als predikant mag je vertellen en laten zien wat geloven inhoudt en soms ook kost. Zo neem je jongeren ook serieus in hun verlangen naar geloofsgroei: het gaat niet om het opleuken van de preek, maar om het samen zoeken naar de Geest die harten van jongeren en predikant raakt.

Preken doe je samen

Hiernaar zoeken en hieraan werken is dus een taak van de hele gemeente. Ik wil u als predikanten dan ook aanmoedigen om niet alleen te blijven ploeteren. Schakel ouders en jeugdleiders zelf in. Wijs ze op hun verantwoordelijkheid om geen blokkade voor ontvankelijkheid te vormen. Vertel ze eens eerlijk wat het doet om als predikant het gevoel te hebben het nooit goed te doen. Vraag catecheten en jeugdleiders eens om een lijst met gespreksonderwerpen die telkens terugkomen en neem deze mee in de voorbereiding van de preek. En als u het lastig vindt om voorbeelden te bedenken bij de preek of die op een aansprekende manier te brengen, vraag dan eens een jongere of jeugdleider om de preek in te leiden met een voorbeeld. Tijdens trainingsavonden bij JOP gaf ik de afgelopen weken workshops met als thema ‘vieren doe je samen’ en dit kun je, met de homiletische driehoek in je achterhoofd, ook vertalen met ‘preken doe je samen’. Samen met de gemeente en samen met de Geest.

Ik sluit af met het moment in Sliedrecht waar dit ‘samen’ prachtig in terugkwam. Het was een bijzondere ochtenddienst in deze Maranathakerk, waarin kinderen en jongeren taken hadden en het kernteam van dit onderzoek meegedacht had over de preek. Samen met een paar jongeren, jeugdouderlingen en jeugdleiders waren we als het ware om Jezus heen gaan staan, die onder de boom met Zacheüs erin stilstaat en hem letterlijk ziet zitten. We hadden het ongemak én de hunkering van Zacheüs meegevoeld en ontdekt hoe deze blik van Jezus hem veranderd had. Hoe Zacheüs nu ook anderen zag zitten, mensen die hij eerder benadeeld had. En zo werd de uitnodiging van Jezus vertaald naar de kern van de preek: ‘Sta op! Jezus ziet jou zitten! Wie zie jij zitten?’ En zo stelde Johan Sparreboom deze vraag letterlijk, in het midden van de gemeente, tijdens de preek aan de leden van het kernteam. Eén voor een werden ze bij naam geroepen: ‘Rik, sta op! Jezus ziet jou zitten! Wie zie jij zitten?’ ‘Marlene, sta op! Jezus ziet jou zitten! Wie zie jij zitten?’ En één voor één stonden ze op en gaven antwoord op de vraag. Die ene klasgenoot met een zieke vader of de jongeren van het zeilkamp. En terwijl ze daar zo stonden, zes jongeren en volwassenen, nodigde de predikant de hele gemeente uit om ook op te gaan staan en iemand in gedachte te nemen om die te zien zitten en er voor hem of haar te zijn. Er gebeurde iets in de kerkzaal op dat moment, tenminste, zo ervoer ik het. Zo’n zeldzaam moment waarop de Geest waait en Woord werkelijkheid wordt door de verbinding tussen predikant en jongere. Het zijn momenten die niet te creëren zijn, maar wel mogelijk te maken. Laten we met elkaar blijven zoeken, werken en elkaar blijven aanmoedigen om zo te preken dat jongeren zich betrokken weten. Samen, in het midden van de gemeente. 


1 

‘Betrokken bij de preek’. Publieksversie afstudeerscriptie Nelleke Plomp-Rodenburg, opleiding Theologie – Godsdienst Pastoraal Werk, Christelijke Hogeschool Ede, juni 2018.

2 

Dienstboek - een proeve. Schrift, Maaltijd, Gebed (1998).

3 

Barnard, M. Cilliers J., Wepener C. (2014). Worship in the Network Culture. Peeters Bvba. Pag 75.

4 

Pleizier, T. (2010). Religious Involvement in hearing sermons. Delft, Nederland: Eburon Uitgeverij.

5 

Powell, K. Mulder, J. Griffin, B. 2016, Growing Young, Grand Rapids, USA: Baker Books.

6 

Slot, W. e.a. (2013), De psychologie van de adolescentie (24e editie). Amersfoort: Thieme Meulenhoff BV. Pag. 96.

7 

Nelis, H, & Sark, Y. van (2014). Motivatie binnenstebuiten. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers. Pag. 268.

8 

Powell, K. Mulder, J. Griffin, B. 2016, Growing Young, Grand Rapids, USA: Baker Books. Pag. 132.