Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Exodus 11 - Palmzondag

Schriftlezingen: Exodus 11 en Matteüs 21: 1-11 of een selectie uit Matteüs 26 en 27.

Het eigene van Palmzondag

De Stille Week, de voorbereidingsweek die uitloopt op het Paasfeest begint met de Palmzondag. Op deze dag werd Jezus met palmtakken en lofprijzing toegejuicht terwijl Hij op een ezel Jeruzalem binnenreed.

De Stille Week wordt deze zondag geopend met twee bijzondere vieringen. De eerste staat in het teken van de intocht en heeft een feestelijk karakter. Soms wordt begonnen met een processie waarbij kinderen palmtakken dragen. In de tweede viering wordt het lijdensevangelie uit Matteüs 26 en 27 gelezen. Beide vieringen zijn ook tot één viering te combineren.

NOTA BENE: De intocht met palmtakken en eventueel ook door de kinderen gemaakte palmpaasstokken is altijd het begin van de dienst! In dit geval gecombineerd met de lezing van de bijbehorende passage uit het evangelie. Zie hiervoor ook de uitgewerkte orde in het Dienstboek. De kinderen maken in dit geval hun palmpaasstok óf voor de dienst, óf al op zaterdag.

Laat je de kinderen na de dienst (of aan het einde van de dienst) met hun palmpaas of palmtakken binnenkomen, dan is het meer een aardigheidje van en voor de kinderen. Maar dit oude liturgisch gebruik is veel meer dan dat.

Exodus 11 neemt ons mee naar de voorbereidingstijd van het allereerste Paasfeest.

Aanwijzingen voor de exegese van Exodus 11

Bij de voorbereiding is het goed te bedenken dat de Exodus 10 en 11 weliswaar twee plagen beschrijven, maar een aaneengesloten tekst vormen, ja zelfs zo dat Exodus 10: 24-11: 8 de weergave zijn van een en hetzelfde gesprek in het paleis van Farao. Ze beschrijven de dagen voor Pesach waarover ook 12: 1-28 informatie biedt.

Uit 10: 29 blijkt dat er geen volgend gesprek meer zal komen tussen Mozes en Farao. Mozes’ woorden in 11: 4-8 beschrijven geen nieuw gesprek, maar de afronding van hetzelfde gesprek. Ze zijn het directe vervolg op Mozes’ woorden in 10: 29, kort onderbroken door een openbaring aan (Houtman) of herinnering (Cassuto) van Mozes in 11: 1-3.

Probeer bij het voorbereiden van de preek een beeld te vormen van de situatie:

• De ravage aangericht door de hagel- en de sprinkhanenplaag ten tijde van de voorjaarsoogst (10: 31,32). Denk aan de veldgewassen, de bomen, houten gebouwen, gebouwen in aanbouw, kadavers van getroffen vee en dan ook nog al die mensen die omgekomen zijn.

• Op de tiende dag van de maand kiezen de joodse gezinnen een lam of bokje voor het Pesachfeest (12: 3,6).

• Op de twaalfde dag valt –totaal onaangekondigd- een absolute duisternis over Egypte (met uitzondering van het gebied waar het joodse volk woonde).

• Op de veertiende dag spreekt Mozes voor de laatste keer met Farao (10: 24-11:8).

• Tegen de avond worden de paaslammeren geslacht en wordt het bloed aan de deurposten gestreken (12: 6,7)

• In de avond/nacht wordt het lam gegeten (12: 8)

• Tegen middernacht doodt God alle eerstgeboren mensen en dieren in Egypte (11: 4-5, 12: 29). Hij doet dit door de ‘doodsengel’ langs alle huizen te laten gaan (12: 23). Alle Israëlieten moeten de hele nacht binnen blijven (12: 22).

• Aandoenlijk rouwbeklag klinkt door het hele (nog steeds pikdonkere) Egypte (11: 6).

• Nog in de nacht krijgen Mozes en Aäron te horen dat het volk moet vertrekken (12: 31).

• Halsoverkop vertrekken ze (12: 34,37).

• Pas dan wordt het eindelijk weer licht en wordt de zichtbaar hoe Egypte een ongeëvenaard rampgebied geworden is na hagel- en sprinkhanenplaag, de dood in alle huizen en stallen en het vertrek van duizenden slaven.

In deze situatie vindt het gevecht tussen de HEER en de Farao om Israël, Gods eerstgeborene plaats. De HEER had Mozes tegen de Farao laten zeggen: ‘Israël is mijn eerstgeboren zoon. Ik heb je bevolen mijn zoon te laten gaan om mij te vereren, maar dat heb je geweigerd. Daarom zal ik je eerstgeboren zoon doden’ (4: 22,23). Tijdens de negende plaag, de duisternis, lijkt de Farao er dicht bij te komen Israël te laten gaan (10: 24), maar door ze te weigeren hun vee mee te nemen blijft hij bij zijn claim dat Israël van hem is en ontkent hij het recht van de HEER op zijn volk (Houtman). Daarom is nu de ultieme straf onvermijdelijk. De openbaring of herinnering aan de opdracht kostbaarheden van de Egyptenaren te vragen (3: 21,22, 11: 2,3) lijkt Mozes duidelijk te maken dat dat moment nu gekomen is. De gevolgen zullen overweldigend zijn (11: 6-8).

Nu Israëls bevrijding (en onze bevrijding door Jezus’ offer) dichtbij komen, enkele aspecten van het bevrijde leven:

• God bevrijdt zijn volk uit de macht van de Farao omdat Hij het volk als zijn eerstgeboren zoon beschouwt. Bevrijding is nooit los te zijn van het eigendom zijn van de Heer. Zo laat zich verklaren dat Mozes steeds vraagt een offerfeest te mogen houden (van 5:1 tot 10: 25,26). Er zijn veel verklaringen voor gegeven voor dit verzoek (Geelhoed), terwijl het vanaf het begin de bedoeling was definitief te vertrekken. Een belangrijk aspect is dat Israëls vrijheid een vrijheid is om de HEER te dienen. In het bevrijde leven vormen liturgie en levenswijding één geheel.

• Opmerkelijk is het vragen van kostbaarheden van de Egyptenaren (11: 2,3). Ook daarvoor zijn veel verklaringen gegeven (Childs 175-177). Interessant is de verklaring van Sacks (98-101) dat het ontvangen van geschenken door vrijgelaten slaven (Deuteronomium 15:12- 15) het moeilijker maakt om haatgevoelens te blijven koesteren. Het geeft de kans om het verleden emotioneel af te sluiten. Bevrijd van wraakgevoelens kun je echt bevrijd leven.

Matteüs 21: 1-11 verplaatst ons naar de Paasvoorbereiding in Jeruzalem. Veel Israëlieten bereiden zich voor om in Jeruzalem het Pesachfeest te vieren. Nog steeds het geliefde volk van God, zijn eerstgeboren zoon. Voor de beslissende bevrijding van zijn volk laat God nu niet de eerstgeborene van de Farao, maar zijn eigen Zoon sterven.

Aanwijzingen voor de prediking over Exodus 11

Centraal staat de strijd om de eerstgeboren zoon.

Begin met de stap van onze Paasvoorbereiding naar die in Jeruzalem. Benoem Jezus, die zijn intocht maakt (Matteüs 21) als de eerstgeborene.

Maak dan de stap naar Gods liefde voor zijn ‘eerstgeboren zoon’ Israël in Egypte. Daar ging het immers om bij het Pesachfeest dat over vier dagen in Jeruzalem gevierd zou worden. Teken de beelden van de Paasvoorbereiding in Egypte (duisternis, Paaslam, ontmoeting in het paleis) en laat zien hoe het om de strijd om Gods eerstgeboren zoon (4: 22,23) ging.

Neem de hoorders mee naar de spanning van die dagen, maar maak het niet te uitgebreid. Laat zien hoe de dood van Farao’s eerstgeborene onvermijdelijk werd.

Nu terug naar Jeruzalem. Hier zien we de eerstgeboren Zoon rijden van wie de dood onvermijdelijk is, om Gods volk te bevrijden. Waar (gedeelten van) het lijdensevangelie gelezen wordt kan hieraan gerefereerd worden.

De preek kan er op uitlopen vanuit Exodus 11 nog enkele aspecten van het bevrijde leven te laten zien. In de preekschets voor Goede Vrijdag worden er nog meer genoemd. Ze kunnen verdeeld worden over de beide preken.

Aanwijzingen voor de liturgie

De introïtus voor de Palmzondag is Matteüs 21: 9b, te zingen als Psalm 118: 9 (NLB/GK). Zie voor de introïtusantifoon bij het berijmde psalter NLB 535g.

Als evangelielezing is Matteüs 21: 1-11 aangegeven. Wie op de palmzondag het lijdensevangelie leest kan dat doen uit Matteüs 26 en 27 eventueel een selectie. Nadeel van deze uitgebreide lezing is dat er minder ruimte is voor Exodus. Het is te overwegen om een keuze te maken voor ófwel het evangelie van de intocht ófwel het lijdensevangelie.

De Exoduslezing is hoofdstuk 11. Deze lezing kan, om de context te laten spreken, beginnen in hoofdstuk 10, bijvoorbeeld door vers 21-23 en 27-29 te lezen.

Liederen voor Palmzondag, de intocht: een ruime keuze in NLB 549-556 (o.a. voor kinderen).

Zie ook

Preekschets Exodus 3:1-18 – voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd.

Preekschets Exodus 4:18-32 – voor de tweede zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 6:1-9 en 28-7:7 – voor de derde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 7:8-25 – voor de vierde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 9:13-35 – voor de vijfde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 12:27-42 - Goede Vrijdag

Gebruikte literatuur

  • H.J. Boiten, De tien Plagen: Godsgericht over Egyptische goden, Heerenveen: Groen, 2019.

  • Umberto Cassuto, A Commentary on the Book of Exodus, Jerusalem 1987.

  • Brevard S. Childs, The book of Exodus, A Critical, Theological Commentary, Louisville 1974.

  • Frank C. Fensham, Exodus [De Prediking van het Oude Testament] Nijkerk 1984

  • Geelhoed, ‘Laat mijn volk gaan….’ Exodus 5:1,3 in Een sprekend begin, [Afscheidsbundel Ohmann] Kampen 1993 p.35-44.

  • Kees (C.) Houtman, Exodus vertaald en verklaard [Commentaar op het Oude Testament], Kampen 1986-1996.

  • Jonathan Sacks, Exodus boek van de bevrijding [Verbond en dialoog – Joodse lezing van de Tora] Middelburg 2019.

  • Werner H. Schmidt, Exodus [Bibilischer Kommentar zum Alten Testament II] Neukirchen 1988-2019.

Deze tekst is afkomstig uit ‘Een teken van leven. Handreiking voor de Veertigdagentijd, Pasen en paastijd 2020’ van het Steunpunt Liturgie GKV.

De complete handreiking is daar te downloaden, een bijbelleesrooster en uitgewerkte vespers (voor de Stille Week) zijn te koop. Zie www.steunpuntliturgie.gkv.nl.