Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Exodus 3:1-18

Zondag Invocabit, eerste zondag van de Veertigdagentijd

Schriftlezingen: Exodus 3:1-18 en Matteüs 4:1-11

Het eigene van Zondag Invocabit

Met deze eerste zondag van de Veertigdagentijd staat de verzoeking van Jezus in de woestijn centraal. Traditioneel wordt daarbij Matteüs 4: 1-11 gelezen. Deze zondag heeft de naam Invocabit gekregen, naar Psalm 91:15: ‘Roep mij aan’. Deze Psalm speelt met vers 1, 2, 11 en 12 een rol in de tweede verzoeking van Jezus. Het gaat er in deze psalm om op welke manier je je toevlucht zoekt bij God. Je zou ook kunnen zeggen: met welke naam je de Heer aanroept. Daarover gaat het ook in Exodus 3. God maakt zich via Mozes als de ‘Ik ben’, de bevrijder, aan zijn volk bekend. Hij is niet alleen de heilige, machtige en ontzagwekkende, maar ook een God die de ellende van zijn volk ziet en dat volk nabij is.

Aanwijzingen voor de exegese van Exodus 3: 1-18

Het hele boek Exodus is gericht op de aanwezigheid van God bij zijn volk. Een volk dat het (weer) moet leren om met God te leven. Ze kenden hem van de overlevering, van de verhalen van vroeger, uit de tijd van de aartsvaders. Maar 400 jaar slavernij heeft hen vervreemd en veranderd. De verklaring van zijn aanwezigheid bij het volk begint in hoofdstuk 3 bij de openbaring van zijn naam aan Mozes. Het eindigt in Exodus met de majesteit van de Heer die de hele tabernakel vult. Je ziet als het ware door het hele Bijbelboek heen hoe God het volk liefdevol, ook in het geven van de wet, aan de hand meeneemt en weer leert om met zijn aanwezigheid om te gaan. Bij zowel Mozes als het volk komt daarbij de vraag op wie God nu eigenlijk is. Dat vindt zijn hoogtepunt in de hoofdstukken 4-6, maar dat begint al in Exodus 3. Zoals gezegd gaat het hier om de (aan)roepnaam van God. De naam waar God zich voorstelt en die Hij graag hoort uitspreken, uitroepen.

Voor Mozes komt deze naam bijna uit de lucht vallen. Hoofdstuk 2 is geëindigd in Midjan. Waar Mozes als vreemdeling, als asielzoeker verbleef. Gevlucht vanuit Egypte. Zonder enig idee van de taak die hem te wachten stond. In die context krijgt hij een roeping van God.

Vers 1: net als in de eerste verzen van Exodus 2 lijkt er hier iemand met heel gebruikelijke dingen bezig te zijn. Niets voorspelt dat er iets spannends staat te gebeuren. God breekt vaak in alledaagse omstandigheden in met zijn aanwezigheid. Daarvoor hoeven niet eerst bijzondere omstandigheden te worden gecreëerd.

Vers 2: de heiligheid van God doet de braamstruik branden, maar niet verteren. Hierin zit iets van de ‘dubbele naam’ van God zoals die in hoofdstuk 3 naar voren komt: Hij is zowel heilig, als een God van nabij. Een God in wiens aanwezigheid het goed toeven is. Dit blijkt ook uit de volgende verzen, waarin Mozes aan de ene kant niet te dichtbij mag komen, maar tegelijkertijd woorden van liefde en bevrijding te horen krijgt.

Vanaf vers 10 krijgt het hoofdstuk een andere lading, als Mozes daadwerkelijk door God tot zijn taak geroepen wordt. Het wordt nu heel persoonlijk: in de naam van God mag hij het volk voorgaan in de bevrijding uit Egypte. Ja, maar dat verandert de zaak! Mozes gaat daarin niet zomaar mee. Het is dán dat God zijn roepnaam bekend maakt. Als een naam voor onderweg. Voor hemzelf, maar ook voor het volk. God is niet alleen de God van vroeger, maar ook de God van nu, van het heden, van de toekomst. Hij mag het volk nieuwe tijden verkondigen. Tijden van genade en bevrijding. Mozes is hierin een voorloper van Jezus. (Hier een link naar de ontmoeting tussen Mozes en Jezus in de verheerlijking op de berg.)

Vers 18: saillant detail: zie hier dat het verzoek van Mozes aan de Farao niet meer behelst dan het gedurende drie dagen de woestijn intrekken, om God te offers te brengen. (In hoofdstuk 8 van Exodus wordt uitgelegd waarom ze voor het brengen van die offers niet in Egypte kunnen blijven: omdat daarbij dieren werden geofferd die voor de Egyptenaren heilig waren. Hieruit blijkt ook dat het volk Israël niet in Egypte kán blijven.) Dit betekent ook dat de uittocht uit Egypte, de bevrijding van het volk, niet gericht is op het volk zelf, maar op het (ver)eren van God, op het aanroepen van zijn naam! Zoals het hele boek Exodus, en ook de bevrijding van ons door middel van het offer van Jezus, daarop gericht is. Een prachtig thema in de week van zondag Invocabit.

Aanwijzingen voor de prediking over Exodus 3:1-18

Exodus 3 is een indrukwekkend hoofdstuk. Omdat we daarin heel direct met God te maken krijgen. God komt heel dichtbij. Dit roept tegelijkertijd veel op. Daaraan kan op verschillende manieren aandacht gegeven worden:

• Het (leren) wandelen met God, het (leren) kennen van God, begint met Hem bij zijn naam aan te roepen. God geeft ons die naam om te gebruiken.

• God kan op verschillende manieren bekend zijn bij ons. Anders gezegd: er zijn verschillende godsbeelden. Die worden gevormd door onze ervaring en opvoeding. Kunnen we over ons eigen godsbeeld heen kijken? Misschien ook andere beelden/namen/aspecten van God toelaten in ons leven?

• Verbonden hieraan: welke naam roep jij uit als je in nood bent?

• Wat doe jij met de God van vroeger? De God van de voorgeslachten. Kun je daar überhaupt nog iets mee? Of hoef je daar niet meer mee aan te komen?

Daarnaast zijn andere mogelijke invalshoeken:

• God geeft aan dat Hij het lijden van zijn volk ziet. Hij doet aan dat lijden helemaal niets af. Hij zet daar zijn naam en zijn beloften tegenover. Maar laat wel ruimte voor de pijn en de ellende. Het is in die moeilijke omstandigheden dat Hij ze tegemoetkomt. Misschien zelfs wel sterker: die omstandigheden schreeuwen Hem toe, waardoor Hij met nog meer passie en haast zijn volk komt bevrijden. (En mooie psalm hierbij is trouwens psalm 18).

• Mozes wordt heel onverwacht geroepen. Tenminste, voor hem. Het is niet duidelijk in hoeverre zijn familie in staat is geweest te vertellen over zijn bijzondere start in het leven. Maar ondertussen leeft hij al veertig jaar in (de woestijn van) Midjan. Niets wijst erop dat God bezig is zijn volk te redden en hem te roepen. Maar daarmee is dus niet alles gezegd. Niet alles is altijd zoals het lijkt.

• Een link met Matteüs 4: in Exodus 3 wordt al iets duidelijk van een strijd tussen God en de farao. Een strijd die God gaat winnen. Maar die wel met veel machtsvertoon, ook van de kant van de (magiërs van) farao gepaard gaat. Je ziet iets soortgelijks bij de satan, als hij Jezus verzoekt in de woestijn. Ook hij is tot van alles in staat. Dat wil hij in ieder geval laten zien. Maar hiermee bereikt hij niets.

Voor alle invalshoeken geldt: houdt de preek persoonlijk. Gebruik woorden die de mensen direct aanspreken. Want zo maakt God zich in dit hoofdstuk ook bekend. Laat het niet blijven bij een beschouwing over de namen van God.

Aanwijzingen voor de liturgie

De introïtuspsalm voor Zondag Invocabit is psalm 91. Deze psalm kent 8 coupletten. Vers 8 bezingt de ‘invocabit’, het aanroepen van de Heer. Dat vers mag dan ook niet ontbreken. Maar ook vers 7 niet, waar het gaat om het kennen van de naam van God. Afhankelijk van de inhoud van de preek kunnen ook andere coupletten gekozen worden. Er kan natuurlijk ook voor een andere berijming van psalm 91 gekozen worden. Ook kan ervoor gekozen worden psalm 91 in zijn geheel te lezen (in plaats van te zingen). In de vertrouwde, of een andere vertaling. Dan komt goed tot zijn recht dat het hier om poëzie gaat, waarin ruimte is voor allerlei emoties in de relatie met God.

De berijmde psalm 91 gecombineerd met antifoon: zie NLB 535b.

De evangelielezing van deze zondag is Matteüs 4: 1-11. Voor de verandering zou er voor drie lezers gekozen kunnen worden: een die de tekst rondom de woorden van Jezus (2) en de satan (3) leest. Er kan dan ook voor gekozen worden de tussenliggende woorden als ‘daarop zei Jezus’ weg te laten, zodat er een soort ‘drama’ ontstaat. Over de naam van de Heer zijn ook andere liederen geschreven, in verschillende tradities. Lied 934 uit het NLB is daar één van (‘Ik ben voor jou een nieuwe naam’). Gebruik in de liturgie ook eventueel het gebed van Dietrich Bonhoeffer, zoals dat staat op blz. 533 van het NLB (‘Morgengebed’: ‘Tot U, God, roep ik in de vroege morgen’ (dus alleen van toepassing op de morgendienst).

Kijk verder ook naar NLB 538 ‘Een mens te zijn op aarde’ (zie bijv. couplet 2), 539 ‘Jezus, diep in de woestijn)’. En ook NLB 540 ‘Het waren tien geboden’ (niet over de Tien Woorden, maar over veertig… dagen/jaren).

Verder NLB 542 ‘God roept de mens op weg te gaan’ (Een lied voor de Veertigdagentijd aan de hand van Exodus)

Liederen bij Exodus 3: GK 166, HH 460, WK 443 en uit het NLB 280, 319, 324, 832, 792, 948.

Zie ook

Preekschets Exodus 4:18-32 – voor de tweede zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 6:1-9 en 28-7:7 – voor de derde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 7:8-25 – voor de vierde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 9:13-35 – voor de vijfde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 11 - Palmzondag

Preekschets Exodus 12:27-42 - Goede Vrijdag

Gebruikte literatuur

  • H.J. Boiten, De tien Plagen: Godsgericht over Egyptische goden, Heerenveen: Groen, 2019.

  • Umberto Cassuto, A Commentary on the Book of Exodus, Jerusalem 1987.

  • Brevard S. Childs, The book of Exodus, A Critical, Theological Commentary, Louisville 1974.

  • Frank C. Fensham, Exodus [De Prediking van het Oude Testament] Nijkerk 1984

  • Kees (C.) Houtman, Exodus vertaald en verklaard [Commentaar op het Oude Testament], Kampen 1986-1996.

  • Jonathan Sacks, Exodus boek van de bevrijding [Verbond en dialoog – Joodse lezing van de Tora] Middelburg 2019.

  • Werner H. Schmidt, Exodus [Bibilischer Kommentar zum Alten Testament II] Neukirchen 1988-2019.

Deze tekst is afkomstig uit ‘Een teken van leven. Handreiking voor de Veertigdagentijd, Pasen en paastijd 2020’ van het Steunpunt Liturgie GKV.

De complete handreiking is daar te downloaden, een bijbelleesrooster en uitgewerkte vespers (voor de Stille Week) zijn te koop. Zie www.steunpuntliturgie.gkv.nl.