Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Exodus 9:13-35

Zondag Judica, vijfde zondag van de Veertigdagentijd

Schriftlezingen: Exodus 9: 13-35, Johannes 11

Het eigene van Zondag Judica

Het is de een na laatste zondag voor Pasen. Van de Veertigdagentijd staat vooral het laatste deel in het teken van Jezus’ lijdensweg. De laatste twee zondagen voor Pasen worden wel de passiezondagen genoemd. De eerste van deze twee heeft de naam Judica gekregen, naar Psalm 43: ‘Verschaf mij recht’. Vanouds werd op deze zondag uit Johannes 8: 46-59 gelezen over het onrecht dat Jezus leed.

Het Oecumenisch leesrooster geeft voor 2020 Johannes 11 aan als lezing, de geschiedenis van de opwekking van Lazarus. Het naderen van Jezus’ eigen dood onder het onrecht van de joodse leiders is in dit hoofdstuk van begin tot einde voelbaar. Ook in de Exoduslezing, deze zondag over de hagelplaag (9: 13-35) is de stijgende spanning voelbaar. Ook hier gaat het, meer dan bij de voorgaande plagen over leven en dood. De nacht van dood en voorbijgang komt dichterbij en de nacht van de doortocht door het water dat scheiding maakt. ‘Die Plage scheint auf das Passa angelegt zu sein’ (Schmidt).

Aanwijzingen voor de exegese van Exodus 9: 13-35

De zevende plaag is een hoogtepunt in de reeks van tien. Afgezien van de tiende, die met de pesachviering en de uittocht gepaard gaat, is deze het meest uitgebreid beschreven. Vers 14 spreekt over ‘de zwaarste plaag’ (NBV) ook wel te vertalen als ‘al mijn plagen’ (NBG e.a.). Met de zevende plaag begint de laatste ronde (Cassuto, Schmidt). Deze plaag is niet alleen spectaculair, maar ook heel persoonlijk gericht (vers 14: ‘uzelf’ (NBV), ‘uw hart’ (NBG e.a.)).

Krachtig laat de tekst merken hoe God zelf zich laat kennen in deze plaag. Hij zet alle retorische en meteorologische middelen in. Let op vers 14-16 waarvan ieder vers eindigt met ‘(op heel) de aarde’. Let ook op de brokken hagel, zo groot dat ze een mens kunnen doden. Ze komen van boven, van de God van de hemel en de aarde. Ze komen met donderend geluid, de stem van God (Psalm 29: 3). Het hele verhaal is overladen vol van Gods openbaring.

Merk op hoe de tekst verwijst naar de twee voorafgaande plagen (vers 15,16) en de volgende (vers 32, zie ook 10: 5,15). Na de veepest, waarbij God duizenden dieren doodde, maar de mensen in leven liet en de etterende ontstekingen, waarmee God de mensen pijnlijk trof maar nog niet liet sterven komt Hij nu met allesvernietigend geweld vanuit de hemel. Een hels tumult (Houtman) breekt los over Egypte: mega-hagel, vuur/bliksem, donder en stortregen. Mens en dier wordt niet alleen rechtstreeks getroffen door de hagelbrokken, maar ook indirect doordat de oogst mislukt (versterkt door de sprinkhanenplaag). In de akkerbouw en tuinbouw is hagel een gevreesd meteorologisch verschijnsel, waartegen verzekeringen afgesloten worden. In Egypte, een land met weinig neerslag, is neerslag in de vorm van hagel uitzonderlijk.

God komt de Farao nu zo dichtbij dat Hij er niet meer omheen kan. Het maakt diepe indruk op hem (vers 27-28). Het kan niet lang meer duren voordat de strijd tot een beslissing komt.

Een opmerkelijk element beschrijft vers 19-21. Wie zich door God laat waarschuwen wordt gespaard. In zekere zin is hier sprake van reddend, zaligmakend geloof. Let op de parallel met Johannes 11: 25,26, de evangelielezing van deze zondag. Zo begint het Egyptische front te breken.

Het evangelieverhaal van deze zondag, Johannes 11, speelt waarschijnlijk ongeveer in dezelfde tijd van het jaar, tussen Chanoeka (Joh. 10: 22) en Pesach (11: 55). Ook hier is de spanning van het naderende Pesach voelbaar. Ook hier gaat het over leven en dood. Wel is er een opmerkelijk verschil. In Exodus redt God zijn volk door voor zijn vijand de dood steeds dichterbij te laten komen, in Johannes redt Hij doordat één voor allen sterft (11:50). God neemt zelf de dood op zich.

Aanwijzingen voor de prediking over Exodus 9:13-35

Het verhaal van de zevende plaag is een indrukwekkende tekst om over te preken. Dat maakt het niet eenvoudig, integendeel: de preek haalt niet gemakkelijk het niveau van de tekst.

De tekst vraagt om een verhalende preek, waarbij de prediker niet bang moet zijn de dramatische proporties van het verhaal in de presentatie door te laten klinken. Enkele lijnen:

• God presenteert zichzelf. Dat is het hele verhaal. Maak de beweging mee van een steeds grootsere zelfpresentatie op weg naar Pesach en Rietzee.

• Hij neemt het op voor zijn volk. Denk aan Psalm 43: Verschaf mij recht, vecht voor mijn zaak; zend uw licht en uw waarheid.

• Farao wordt het steeds moeilijker zijn positie vast te houden (vgl. vorige plagen, vs. 15,16). Merk op dat God zijn hart wil treffen (vs. 14). Het brengt hem er juist toe steeds opnieuw de hakken in het zand te zetten. (Verharding is geen dogmatisch gegeven maar een verbeten strijd waarin God hem tot het uiterste brengt.)

• Zoals deze ramp naar Pesach lijdt, zo hebben Jezus en zijn volksgenoten haar in gedachten gehad op weg naar Pesach. Probeer de verbanden subtiel te benoemen, met name de verbanden tussen Exodus 9 en Johannes 11. Uiteindelijk komt de hele plaag neer op de Ene die voor allen sterft (Johannes 11:50).

• Voor wie gelooft is er redding. Dit wordt zichtbaar bij de Egyptenaren die de woorden van de Heer ernstig nemen (Exodus 9: 19-20) en bij iedereen die het woord van Jezus ernstig neemt (Johannes 11: 25,26).

Houd een preek die verbeelding oproept (een activiteit van de hoorder, niet van de beamer).

Aanwijzingen voor de liturgie

De introïtuspsalm voor Zondag Judica is 43. Het past deze keer goed om de psalm in zijn geheel te zingen. De antifoon bij de berijmde psalm: NLB 535f.

Veel hangt af van goede voorlezing van Exodus 9: 13-35. De voorlezer doet er goed aan de tijd te nemen voor de voorbereiding. Wie niet zoveel affiniteit met de stijl van de tekst heeft kan het voorlezen beter aan een ander overlaten.

De evangelielezing van deze zondag is Johannes 11. Gezien de lengte van de lezingen kan het verleidelijk zijn de evangelielezing over te slaan. Een verkorte versie is ook mogelijk: vers 1-8, 17, 25- 26, 43-50(52).

Zie ook

Preekschets Exodus 3:1-18 – voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd.

Preekschets Exodus 4:18-32 – voor de tweede zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 6:1-9 en 28-7:7 – voor de derde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 7:8-25 – voor de vierde zondag van de Veertigdagentijd

Preekschets Exodus 11 - Palmzondag

Preekschets Exodus 12:27-42 - Goede Vrijdag

Gebruikte literatuur

  • H.J. Boiten, De tien Plagen: Godsgericht over Egyptische goden, Heerenveen: Groen, 2019.

  • Umberto Cassuto, A Commentary on the Book of Exodus, Jerusalem 1987.

  • Brevard S. Childs, The book of Exodus, A Critical, Theological Commentary, Louisville 1974.

  • Frank C. Fensham, Exodus [De Prediking van het Oude Testament] Nijkerk 1984

  • Geelhoed, ‘Laat mijn volk gaan….’ Exodus 5:1,3 in Een sprekend begin, [Afscheidsbundel Ohmann] Kampen 1993 p.35-44.

  • Kees (C.) Houtman, Exodus vertaald en verklaard [Commentaar op het Oude Testament], Kampen 1986-1996.

  • Jonathan Sacks, Exodus boek van de bevrijding [Verbond en dialoog – Joodse lezing van de Tora] Middelburg 2019.

  • Werner H. Schmidt, Exodus [Bibilischer Kommentar zum Alten Testament II] Neukirchen 1988-2019.

Deze tekst is afkomstig uit ‘Een teken van leven. Handreiking voor de Veertigdagentijd, Pasen en paastijd 2020’ van het Steunpunt Liturgie GKV.

De complete handreiking is daar te downloaden, een bijbelleesrooster en uitgewerkte vespers (voor de Stille Week) zijn te koop. Zie www.steunpuntliturgie.gkv.nl.