Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Lucas 2:1-20 - Wat doen we met Kerst?

Enkele exegetische en homiletische overwegingen voor de Kerstnachtdienst

Zie ook: tijdschrift ECHO december 2018 ‘Wat doen we met Kerst?’

‘Wat doen we met Kerst?’ Een vraag die inderdaad in veel huizen rondzingt. De voor de hand liggende eerste laag in de vraag is die naar de invulling en de organisatie van de viering van het Kerstfeest. Concreet betekent dit vaak dat het gaat over eten, ‘uitjes’ en/of familie- en vriendenbezoek. In al die situaties keren dezelfde vragen terug: wat, wanneer en met wie (niet)? Goed om te beseffen: de vraag veronderstelt dat er wat te kiezen is. Nu geldt dit voor veel mensen, maar zeker niet voor iedereen. In ieder geval de mensen aan de sociale en financiële ‘randen’ hebben minder of zelfs geen enkele keuze. Maar ook in andere gevallen kan schijn bedriegen. De vragen naar het ‘wat, wanneer en met wie (niet)’ kunnen mensen op een diep niveau verscheuren, omdat ze direct raken aan gebrokenheid, mislukking en falen. Ook in minder precaire situaties kan de ‘wat doen we voor wie’-vraag zoveel aandacht opeisen dat aan de diepere vragen voorbij wordt geleefd.

Sam Wells beschrijft in een kerstpreek op levendige wijze een aantal van dergelijke scenes, en vraagt zich daarna af: ‘Wat hebben deze verhalen gemeenschappelijk? Ze zijn allemaal gebaseerd op het kleine woordje ‘voor’. Als we ons bekommeren om mensen voor wie Kerst een moeilijke periode is, zijn we bereid voor hen het vuur uit de sloffen te lopen. We laten ons van de goede kant zien: kosten noch moeite worden gespaard om het anderen naar hun zin te maken. We koken voor hen, we geven kerstcadeautjes, we zijn liefdadig en gul, etc. Toch kunnen al die genereuze gebaren, hoe goedbedoeld en hoe perfect uitgevoerd ook, nog voorbijgaan aan de kern van het probleem, aldus Wells. You give your father the gift, and the chasm still lies between you. You wear yourself out in showing hospirality, but you’ve never actually had the conversation with your loved ones. You make fine gestures of charity, but the poor are still strangers to you. “For” is a fine word, but is doesn’t dismantle resentment, it doesn’t overcome misunderstanding, it doesn’t deal with alienation, it doesn’t overcome isolation.’1

De vraag ‘Wat doen we met Kerst?’ heeft natuurlijk ook een andere laag. Dan is het de vraag naar de reactie op en verwerking van het feit en de daarop volgende verkondiging van de geboorte van Christus. Ook nu is er wat te kiezen (en dit geldt gelukkig nu wel alle mensen, de sociale en financiële ‘randen’ gelden hierbij niet, of het moet zijn dat juist de randmensen nu volop participeren!).

Homiletisch gezien draagt de vraag ‘Wat doen we met Kerst’ het risico in zich dat de aandacht te snel uitgaat naar de vraag wat ‘we’ ermee doen. Maar primair is er in de kerst(nacht)dienst de verkondiging: De eeuwige God is in Christus liefdevol -en in zwakheid- in de tijd gekomen. Dat is toen en daar gebeurd (het christendom is geen godsdienst van eeuwige ideeën, maar een ‘historisch’ geloof; dat is vaak ook het ergerniswekkende!) In een klein kind heeft Hij de vastgelopen tijd opengebroken. Er is een Zaligmaker geboren. Kerstfeest is daarom een vrolijk feest. Israëls God -en Hij heeft een wereldwijd hart- heeft het er niet bij laten zitten. Dit unieke en objectieve feit wordt door de engel verkondigd en -hoe kan het anders- omlijst door God verheerlijkend gezang. Sam Wells typeert het Kerstgebeuren in de al eerder geciteerde preek met een ander klein woordje, namelijk ‘with’: ‘”For” isn’t the way God celebrates Christmas. (…) In some ways we wish it was. We’d love God to make everything happy and surround us with perfect things. (…) But God shows us something else at Christmas. God speaks a rather different word. (…) In John’s gospel, we get the summary statement of what Christmas means: “The Word became flesh and lives with us”. It’s an unprepossessing little word, but this is the word that lies at the heart of Christmas and at the heart of the Christian faith. The word is “with”’. (…) That’s what God was in the very beginning, that’s what God sought to instill in the creation of all things, that’s what God was looking for in making the covenant with Israel, that’s what God coming among us in Jesus was alla bout, that’s what the sending of the Holy Spirit meant, that’s what our destiny in the company of God will look alike. It’s all in that little word “with”.’

Het kerstevangelie beschrijft behalve het objectieve feit ook de subjectieve reactie: wat hebben de mensen destijds met de kerst(verkondiging) gedaan? Deze beschrijving -van geloof en ongeloof- is enerzijds uniek, anderzijds ook typerend voor de mensen van alle tijden en plaatsen. Juist als het om de subjectieve reactie gaat geldt: de geschiedenis herhaalt zich! We zien de volgende ‘verwerkingen’ gebeuren.

De herders komen in beweging. Ze gaan op onderzoek uit, zien Jezus en vertellen wat ze gehoord hebben. Ze dragen -in beweging gezet door de boodschap van de engel en de ontmoeting met Christus- de boodschap getuigend verder.

De hoorders van de eerste kerstpreek verwonderen zich. Niet zozeer over de prekende herders zelf, maar over wat zij verkondigen. Deze verwondering is een zeer passende reactie. Dr. A.A. van Ruler schrijft: ‘De inhoud van deze boodschap is goddelijk groot en voor een mens te enen male niet te omvatten. Goedbeschouwd kunnen wij als mensen er alleen maar een beetje omheen staan en zeggen: wat moet ik dáár nu mee doen? (…) Deze verbazing en vervreemding is een nuttige zaak. Wie zich niet verbaast over wat er gezegd wordt, wie niet paf staat, heeft het kerstevangelie nog niet gehoord. Hij heeft er waarschijnlijk wat anders van gemaakt.’ Wel is duidelijk dat deze verwondering maar een korte tijd heeft geduurd. Men gaat al weer snel over tot de orde van de dag. Wij willen niet graag gestoord worden in ons levensritme. Ook niet door goed nieuws!

‘We vrezen het woord ‘met’, omdat het meer van ons lijkt te vragen dan we kunnen schenken’, zegt Wells in een uitnodiging tot zelfreflectie: ’Maybe that’s because you can spend the whole year being busy and doing thingsforyour family, but when there’s nothing else to do but bewithone another you realize that beingwith” is harder than doingfor” – and sometimes it’s just too hard’.

Ten slotte is er Maria. Maria bewaart de woorden. Dit bewaren is actief en voortdurend: door een telkens weer ‘heen en weer gooien’ van de woorden in haar hart (van waaruit de uitgangen van het leven zijn). Zij laat zich dus levenslang bepalen door de woorden en de werkelijkheid achter deze woorden! Dat is een levenslange en intense oefening, waarin de verwondering eerder groter dan kleiner wordt.

Wat doen we met Kerst? Wat hebben we tot nu toe met Kerst gedaan? Wat doen we met deze Kerst? Omarm en bewaar het Woord! Wie deze woorden bewaart in zijn hart, wordt bewaard. Vier een vrolijk feest en laat die ongemakkelijke vraag eens toe: ‘Does my doingforarise out of a fundamental commitment to bewith”, or is my doingfordriven by my profound desire to avoid the discomfort, the challenge, the patience, the loss of control involved in beingwith”? (…).

Toen Jezus genezend en onderwijzend rondging, toen Hij leed en stierf aan het kruis, deed Hij dat ‘for us’. Toen Hij opstond uit het graf en ten hemel voer, deed Hij dat voor ons. Alleen God kon dat doen, wij niet. Maar de kracht van de zaken die God ‘voor ons’ deed, ligt hierin, dat ze zijn gebaseerd op ‘God met ons’. God has not abolishedfor.” But God, this night, in becoming flesh in Jesus, has said there will never again be a “forthat’s not based on a fundamental, unalterable, everlasting, and utterly unswervingwith.”

Dat is het evangelie van de Kerstnacht. God mét ons.

Bron

IZB/Areopagus


1 

http://chapel-archives.oit.duke.edu/documents/Dec24_The_Most_Important_Word.pdf. De overige citaten in het Engels komen ook uit deze preek.