Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Matteüs 20:1‐16

Preekschets voor Startzondag en/of Kerkproeverij
Dit jaar is het thema van de PKN-startzondag 'een open huis'. Hiermee sluit de startzondag aan bij de landelijke campagne Kerkproeverij die kerken uitnodigt begin september de deuren wagenwijd open te zetten voor nieuwe mensen. Een open huis zijn is immers een eerste voorwaarde om gasten zich welkom te laten voelen in de kerk.

Zie ook

Lezing

De Startzondag wordt vaak de tweede, derde of vierde zondag van september gehouden. Ik heb gekozen voor de teksten die het meest helpend zijn in het doel naast de reguliere kerkgangers ook ‘kerkproevers’ aan te spreken. Dit zijn de teksten uit het Oecumenisch Leesrooster van 24 september: Jona 3:10 ‐ 4:11 en Ma eüs 20:1‐16. Ik stel voor te kiezen voor één lezing. Het verhaal van Matteüs biedt genoeg. Prettg is ook dat dit verhaal geen wonder in de traditonele zin van het woord bevat en een vertelling is. Vragen over historiciteit en (on)mogelijkheid kun je achterwege laten. Kiest u voor ook een oudtestamentische lezing, dan past het verhaal van Jona en de wonderboom goed.

Context

Het verhaal van de werker in de wijngaard plaatst de evangelist in zijn evangelie in Jezus’ gang naar Jeruzalem. Direct voorafgaand lezen we van de ontmoeting tussen de rijke jongeman en Jezus. Hij vraagt: wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Deze geschiedenis en het gesprek dat volgt tussen Jezus en zijn leerlingen draait om de vraag wie het koninkrijk van God binnengaat, en eindigt met de opmerking dat vele eersten de laatsten zullen zijn en vele laatsten de eersten.Het verhaal dat Jezus ons vertelt in Matteüs 20:1‐16 eindigt op bijna gelijke wijze. Hier speelt de vraag naar het wezen van het koninkrijk van de hemel. Direct aansluitend horen we hoe Jezus met zijn leerlingen spreekt over zijn lijden, en dan volgt de vraag van de moeder van de zonen van Zebedeüs om een ereplaats in het koninkrijk voor haar zonen.In de context van ons Schriftgedeelte draait het dus om de toegang tot het koninkrijk. Dit kleurt de gelijkenis die meer over de koning van het koninkrijk lijkt te gaan.

Traditie

Dit gedeelte is in het verleden gebruikt in de strijd tussen de Reformatie en de Rooms‐Katholieke Kerk. Via Paulus las de Reformatie dit verhaal als een verhaal dat gaat over de genade versus de verdienste. Uiteindelijk gaat het om de genade. We kunnen niets verdienen maar krijgen alles van God om niet.Terwijl deze lezing opgeld deed, verdween de heilshistorische lezing wat naar de achtergrond. In deze lezing werden de werkers van het eerste uur via die van het derde, zesde, negende tot het elfde verbonden met respectievelijk Adam, Noach, Abraham, Mozes en Christus. Je kunt begrijpen dat deze lezing ook wel wat anti-joodse gevolgen heeft gehad.De liberale traditie heeft de nadruk gelegd op de intentie of het plichtsgevoel van de werkers. Dit was bij iedereen gelijk, dus past een gelijke beloning! Soms krijgen de werkers van het eerste uur ervan langs omdat zij berekenend voor zichzelf bezig zijn, terwijl die van het laatste uur zonder te weten wat ze krijgen aan de slag gaan, alleen vertrouwend op de rechtvaardigheid van de landheer.

Exegese

1. Woorden en begrippen

De landheer (Nieuwe Bijbelvertaling) is een huiseigenaar (oikodespote). Hij is de eigenaar van een een wijngaard (ampelona). Dit woord komt, op één maal in Korinthiërs na, alleen voor bij de Synoptici. Het feit dat hij elf arbeiders inhuurt wijst op een klein tot middelgroot bedrijf.De landheer en zijn arbeiders komen een denarie overeen. Eén denarie is een gangbaar loon voor een dag werk. Deze dag loopt van zonsopkomst tot zonsondergang. In de Mishna lezen we dat je voor een jaarloon 200 denarie nodig hebt. Je moet je dus 200 dagen kunnen verhuren. Heb je een familie te onderhouden, dan is het te weinig. (Een denarie staat voor 12 broodjes, 4 denarie voor 12 liter graan / 15 kilo brood of een lam. Voor 100 denarie koop je een os.)

De arbeider (ergatoon) biedt zichzelf aan op de markt, en is in de praktijk goedkoper dan de slaaf, zoals vandaag de flexwerker goedkoper is dan de vaste kracht, alleen al omdat je hem niet door hoeft te betalen als er geen werk is of bij ziekte.De voorman/rentmeester (epitrepos) is een man die het werk verdeelt en in dit geval de betaling verzorgt.

2. Uitleg

Het eerste dat opvalt in het verhaal is de herhaalde gang naar de markt om arbeiders te huren. Niet duidelijk wordt waarom het nodig is dat er extra werkers komen. Wel wordt de aandacht nu getrokken. Ook is de vraag direct wat de ‘rechtvaardige’ (dikaios) beloning zal zijn. Door de herhaling van de gang van de landheer wordt de spanning verhoogd. Zelfs ter elfder ure worden nog werkers ingehuurd. Steeds minder wordt er afgesproken met de arbeiders. De eersten zijn zeker van hun loon, de tweede groep krijgt wat rechtvaardig is, de laatste groep is volledig afhankelijk van de goedheid van de heer van de wijngaard. Waarom de laatste nog op de markt staan en of zij in iets verschillen van de werkers van het eerste uur wordt niet verteld. [We horen niet of ze lui zijn en te laat op de markt waren (rechts), en ook niet of ze zwak zijn en niet voldoende werk kunnen verzekeren zodat ze door niemand zijn ingehuurd (links).] Dat ze er zijn vraagt de aandacht.De verloning bij de zonsondergang is naast een dagelijks gebeuren misschien ook een verwijzing naar de eschatologische beloning. Omdat nu over de Heer van de wijngaard (i.p.v. de huiseigenaar) wordt gesproken, wordt de gedachte aan God die beloont aan het einde van de jd opgeroepen.Na de uitbetaling volgt een protest tegen de gelijke beloning in naam van / op basis van gevoel van de gerechtigheid. De beloning is eerlijk naar de maatstaven van recht en afspraak en toch voelt het verkeerd. Er komt een zeer invoelbare vorm van jaloezie opzetten en bij de werkers van het eerste uur.Twee vormen van gerechtigheid lopen door elkaar heen. Die van de distributieve gerechtigheid, die van het recht en de afspraak. Hier wordt niets aan afgedaan. Daarbij komt echter de vorm van de gerechtigheid die we genade noemen. Het is de genadevorm die Jezus hier leert en uitleeft. Hij leeft deze vorm voor met de kleine mensen, de preciezen/religieuzen komen daartegen in opstand. Voor Jezus is de genade van God te herleiden tot zijn rechtvaardigheid, deze valt echter niet samen met de gerechtigheid van de wereld.

3. De verkondiging

In de verkondiging kan een aantal dingen verkeerd gaan. De anti‐joodse lezing (ook in de joodse bronnen vinden we beide vormen van gerechtigheid, die van loon naar werken en die van de genade), maar ook een moralistische lezing plaatsen steeds de ander in de beklaagdenbank. Zelf ontspring je dan de dans. Wanneer we vasthouden aan het idee dat dit verhaal iets over de koning van het koninkrijk, over de genade van God zegt, verliezen we ons niet in het onderscheid tussen mensen. Ook is het dan mogelijk om je met zowel de eerste als de laatste te identificeren.Een complicatie in de uitleg van de tekst is dat we de ergernis over de heer van de wijngaard op verhaalniveau allemaal aanvoelen. Wanneer we het verhaal echter als een gelijkenis van God en zijn rijk verstaan verdwijnt de ergernis. Dat God genadig is voor iedereen is alleen maar mooi.De Kruijff (zie bronnen) probeert deze ergernis weer terug te brengen/op te roepen. Hij stelt dat we de ergernis niet meer goed navoelen als het gaat over Gods genade. In zijn preek laat hij zien hoe wij allen werkers van het elfde uur willen zijn, en zo weer precies rekenmeesters, met zo min mogelijk inspanning zoveel mogelijk binnen halen, rekenend op de genade. Wij gunnen iedereen hetzelfde eeuwige leven omdat we er zelf ook niets voor doen. Maar stel je voor dat geloven echt iets zou kosten, dat je ervoor lijden gaat, dat het je leven werkelijk opschudt..., zou je dan nog niet willen weten of het verschil maakt wat je er voor doet? Alleen mensen die zich echt inzetten voor God kunnen zich ook aan de genade ergeren, een ergernis waar je van bekeerd moet worden.

Bronnen

Lezen in de bijbelklas

Onlangs heb ik dit verhaal in het kader van de Bijbel‐literair avonden die ik met mijn collega verzorg in de openbare bibliotheek van ons dorp met mensen gelezen. Hier komen mensen uit de doelgroep van Kerkproeverij, mensen die je zomaar zou kunnen uitnodigen eens mee te komen naar de kerk. Veel van de deelnemers hebben christelijke wortels, maar lang niet allemaal zijn het kerkgangers of gelovigen.Uit de groep kwam na de eerste lezing direct de opmerking: ‘Dit is niet eerlijk. Ik snap die mensen van het eerste uur wel. Een landeigenaar die zo handelt veroorzaakt scheve gezichten.’Is er sprake van rechtvaardigheidsgevoel of van jaloezie, bij de werkers van het eerste uur en bij onszelf? Wanneer we in het perspectief van de werkers blijven hangen, dan is het opstandige gevoel te verklaren. Pas wanneer we vanuit de landeigenaar gaan kijken verdwijnt het gevoel van onrecht en komt er ruimte voor begrip en zelfs sympathie voor zijn handelswijze.Een hedendaags voorbeeld waarbij dezelfde scheve gezichten kunnen ontstaan is wanneer in het verzorgingshuis de inwoner met AOW dezelfde zorg krijgt als die met AOW en een goed pensioen. Alleen deze laatste moet hier veel meer voor betalen. Is dit eerlijk? Is dit scheef?Een ander voorbeeld deelde een deelnemer van de Bijbel‐literair avond met ons. Hij wees op een rechtvaardigheidsgevoel dat we blijken te delen met apen. Om te laten zien hoe diep ons rechtvaardigheidsgevoel zit en dat dat heel natuurlijk is: een filmpje van een experiment met apen (2:43 minuut).

Liederen

Hieronder vindt u een aantal liederen; veel is gegroepeerd rond het thema koninkrijk.

  • De meest geschikte liederen vinden we in het Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk (NLB) onder de nummers 990 en 991, en daarnaast 767, 966 en 967. Verder zijn Psalm 72 en Psalm 85 passend.

  • Uit het Liedboek voor de kerken (1973, LB) lied 70, 199, 313, 344 en 482.

  • Uit de bundel Hemelhoog (HH) lied 95.

  • Een mooi kinderlied is ‘Met spoed hulp op het land gevraagd’ uit Zingen van het leven, René van Loenen.

  • Liederen met het oog op het thema ‘Kerkproeverij, een open huis’ lied 280, 288 en 423 uit Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk (NLB).