Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preken over Dordt: DL II

Dordtse Leerregels II

Thema: Verzoenen is Gods werk

Zie ook

De leefwereld van de hoorder

Hoofdstuk 2 van de DL benadrukken dat God niet alleen de verzoening bewerkt maar ons die ook geeft, zonder enige prestatie van onze kant. Deze verzoening door Jezus Christus is uniek – een andere weg tot behoud is er niet. Het offer van Christus komt alleen ten goede aan wie gelooft.

Voor onze cultuur – en soms ook in de kerk – is dit een tegendraadse boodschap. De hoorder leeft in die wereld. De volgende voorbeelden beogen daarbij aan te sluiten.

Onze westerse cultuur wordt vaak overheerst door de dwang en daarmee de drang tot presteren. Wie hogerop wil komen moet zich tot het uiterste inzetten om succesvol te zijn. Veel mensen ervaren in de prestatiemaatschappij waartoe we behoren, grote druk. Promotie hangt helemaal van jóu af, jij bent de sleutel tot je eigen succes. Het zou zomaar een slogan kunnen zijn van de afdeling HRM van een bedrijf. Wat is het dan weldadig om in de kerk het evangelie te horen dat God in Zijn genade geen enkele prestatie van ons vraagt.

‘Die vrome moslim, die iedere dag zijn gebeden doet. Die boeddhist die veel meer mediteert dan ik. Zouden die niet behouden worden?’ Het is een vraag die je zomaar hoort, ook uit de mond van gelovigen. In een cultuur die gestempeld wordt door onzekerheid over de waarheid of waar iedereen er zijn eigen waarheid op na mag houden, kortom een postmoderne cultuur, is zo’n vraag niet vreemd. Zeker niet als men de moslim, de boeddhist of noem maar op in de eigen omgeving ziet. Door de multiculturele samenleving zijn ook andere religies steeds meer in het zichtveld gekomen en dringt een universalistische manier van denken zich op, die haaks staat op de uniciteit van het offer van Christus.

En wat moeten kerkgangers met het beeld wat in sommige (evangelische) lectuur geboden wordt van een God die vooral heel lief is en iedereen verzoening aanbiedt? Is er geen sprake van een psychologiserende, therapeutische theologie waarbij zondebesef, geloof en bekering steeds meer buiten beeld raken? Ideeën van gelijke strekking stempelen ook het missionaire werk dat plaatsvindt. Tegen ongelovigen wordt zondermeer gezegd: ‘God houdt van jou’, zonder dat duidelijk wordt waarom en hoe. Het ‘bevel van geloof en bekering’ ontbreekt.

Uitleg

De DL zetten hoofdstuk 2 op de zelfde wijze in als hoofdstuk 1. Het uitgangspunt is niet wat God in de eeuwigheid besloten heeft, maar Gods werk dat zich voltrekt in de tijd. Hij heeft Christus gegeven tot volkomen verzoening van de zonden. De wijze waarop dat onder woorden wordt gebracht in DL II, 1-2 doet sterk denken aan de verwoording in de Heidelbergse Catechismus in het slot van Zondag 4 en de Zondagen 5 en 6.

De hoofdlijn van DL II, inzake verzoening tussen God en mens, is dat deze enerzijds door God wordt bewerkt in de dood en opstanding van Jezus Christus. Anderzijds wordt de verzoening ook in ons leven toegepast in de toe-eigening ervan.

Je ziet in de Bijbel deze twee lijnen terug. De door God bewerkte verzoening is krachtig genoeg om heel de wereld met God te verzoenen. Dat is de universele lijn. Mooi wordt in DL II getekend dat die kracht te maken heeft met het bijzondere van de Persoon van Christus, God en mens. Deze universele lijn komen we bijvoorbeeld tegen in Gods Woord waar staat dat Jezus zijn leven geeft voor de wereld (bijv. Johannes 3:16 en 1 Timoteüs 2:4).

De kracht van Jezus’ verzoening is dus genoeg (sufficiënt) om heel de wereld te redden. Maar naast de universele lijn in de Bijbel komen we ook een particuliere lijn tegen. Die lijn stelt dat de vrede door het sterven en de opstanding van Jezus alleen is voor hen die dat in geloof aannemen. Jezus zegt bijvoorbeeld dat Hij Zijn leven geeft voor de Zijnen, nl. Zijn gemeente (Johannes 10:15 en Efeziërs 5:25). God is het die de kracht van de verzoening effectief maakt in het leven van hen die Hem geloven (efficiënt).

In het Engelse acroniem TULIP, waarin de ‘vijf punten van het Calvinisme’ worden samengevat, staat de L voor limited atonement, beperkte verzoening. De beperking zit dus niet in de sufficiëntie van het offer van Christus, maar in de efficiëntie. Wat betreft de werkzaamheid van het offer van Christus moeten we dus altijd met twee woorden spreken: voldoende voor de hele wereld, maar alleen effectief voor wie gehoor geven aan het bevel van geloof en bekering. En ook in dit laatste luistert het nauw en moeten we (weer) met twee woorden spreken. Als mensen zich niet bekeren heeft dit niet te maken met de kracht van het offer van Christus, maar het is hun eigen schuld. Waar mensen zich wel bekeren is dit, om te spreken met Paulus in Filippenzen 2:12, God die in ons werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.

In art. 8 en 9 wordt de uitverkiezing van DL I weer hernomen en wordt er een nieuw element aan toegevoegd. Het welbehagen geeft de zekerheid dat er altijd een kerk van gelovigen zal zijn. Christus heeft Zijn lichaam niet voor niets gegeven aan het kruis; altijd blijft Zijn lichaam zichtbaar op deze aarde in de kerk die haar Zaligmaker standvastig bemint, onafgebroken dient zowel hier als in alle eeuwigheid.

Relevante Bijbelgedeelten

Behalve de bovengenoemde Bijbelgedeelten valt in het kader van DL II ook te denken aan andere Bijbelgedeelten. Een tekst als Marcus 10:45 wijst op de kracht van het offer van Christus als Hij Zijn ziel geeft als ‘losprijs voor velen’. 2 Korintiërs 5:14-21: Werk van de verzoening én bediening van de verzoening. Dit gedeelte kan gelden als schriftlezing in de leerdienst. Effectiviteit: Jesaja 53:10, Johannes 17:9 en Titus 2:14.

Aanwijzingen voor de verkondiging

Homiletische aspecten

De focus is in deze preekschets gericht op de belijdenis dat het offer van Christus voldoende kracht heeft om de hele wereld te redden, maar dat het alleen waarde heeft voor hen die het verkondigde woord gehoorzamen. Daarbij ligt de nadruk op de relatie tussen verkiezing en verzoening, waarbij tot uitdrukking komt dat Gods verzoening alleen aan de uitverkorenen ten goede komt. Kortom, het is altijd Gods werk wanneer ‘wij ons met God laten verzoenen’. Vanuit het punt dat het offer van Christus voldoende kracht heeft om iedereen te redden, volgt dat niemand te verontschuldigen is wanneer hij dit niet gelooft en dus verloren gaat door eigen schuld.

Dat de mens verloren gaat door eigen schuld, maar behouden wordt op grond Christus’ offer en door Gods toe-eigening is niet logisch voor ons denken. Het is goed om dat in de preek te verwoorden. De verkiezing is nu eenmaal géén logisch systeem.

De eerste artikelen van DL II volgen vrijwel de lijn van de Heidelbergse Catechismus. Deze Anselmiaanse lijn is dus eerder al behandeld in de gemeente. Daarom hoeft dit in de preek niet nader uitgewerkt te worden.

Pastorale aspecten

De voorbeelden, genoemd onder het kopje ‘Leefwereld van de hoorders’, kunnen dienen om de pastorale lijn in de preek te ondersteunen.

In hoofdstuk klinkt de ernst van het verloren gaan door geen gehoor te geven aan het evangelie. Iedere hoorder kent wel iemand of meerdere mensen in zijn/haar omgeving die niet geloven. Het is zaak daar pastoraal mee om te gaan, zonder de ernst uit het oog te verliezen.

Liturgische aanwijzingen

  • Psalm 40 (Zie ik kom om Uw wil te doen – Jezus’ bereidheid tot het offer)

  • Psalm 52:7 (U zal ik eeuwig loven omdat U het hebt gedaan)

  • Gereformeerd Kerkboek, Gezang 119 (De kerk van alle tijden)

  • Gezang (Bundel 1938) 112 (Een naam is onze hope)

  • Gereformeerd Kerkboek, Gezang 91 (In het Kruis zal ‘k eeuwig roemen)

  • Gezang (Bundel 1938) 174 (Vaste rots van mijn behoud).

Literatuur

  • C. den Boer, Om ’t eeuwig welbehagen (verhandelingen over de Dordtse leerregels), Utrecht 1975, 3e druk.

  • G. van den Brink, Dordt in context. Gereformeerde accenten in katholieke theologie, Heerenveen 2018.

  • W. Dekker, Vaste grond, werkboek bij de Dordtse Leerregels, ’s-Gravenhage 1984, p. 117-145.

  • J.C.S. Locher, De Dordtsche Leerregels, ‘s-Gravenhage 1982 (2e druk).

  • C.A. van der Sluijs, Dordt vandaag. Actualisering van de Dordtse Leerregels. Over Godsverlichting temidden van Godsverduistering, Leiden 1996 (2e druk).

  • W. Verboom, De belijdenis van een gebroken kerk. De Dordtse Leerregels – voorgeschiedenis en theologie, Zoetermeer 2005.

  • W. Verboom, Van hart tot hart, Over de Dordtse Leerregels. Voor het gesprek in de gemeente, Zoetermeer 2009.

  • W. Verboom, Dichtbij Dordt. Over de roeping en de troost van de kerk 1618-2018, Willem de Zwijgerstichting Reformatorische stemmen 2018-1, p. 36-37 en 44-45.

Deze preekschets is voortgekomen uit de cursus ‘Preken over Dordt. Kansen en mogelijkheden voor preken over de Dordtse leerregels’, gehouden op 31 mei en 1 juni 2018.

Deelnemende predikanten:
B.J. van Assen, C. Boele, H. Drost, A. van Duinen, P.J. Krijgsman, L. Plug, M. Noorderijk, L. van Rikxoort, S.J. Verheij, W. van Weelden en C. van de Worp.

Begeleiding en eindredactie preken:
W.H.Th. Moehn, bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond aan de PThU.