Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Verhindert ze niet - over prediking, pastoraat en hechting

Lezing tijdens studiedag ‘Hechting en geloof’, georganiseerd door het Kennisinstituut christelijke ggz.
Tevens presentatie van het boek ‘Breekbaar verbonden. Hechtingsproblemen en geloofsvertrouwen’.

Doel van deze lezing: alertheid en fijngevoeligheid vergroten voor de kwetsbaarheid van mensen met hechtingsproblemen.

Thema’s:
1. Een angstig schaap
2. Voedsel voor het schaap - prediking
3. Persoonlijk contact met de herder – pastoraat

Op de dag dat ik beloofde deze lezing over te nemen1, liepen mijn man en ik in de kop van Noord-Holland. Even rust na de drukke Paasdagen. Ik zag in de verte een wei met schapen. Hoe dichterbij we kwamen, des te luider klonk het geblaat van een lam. Aandoenlijk en doordringend. Bijna bij de afrastering, kwam het dier naar ons toe gesprongen. Gek, zei ik tegen mijn man, dat beestje is helemaal niet bang. Hij drong tegen gaas, liet zich graag knuffelen. Het drong zich zelfs op, eigenlijk te vrijmoedig. De buurvrouw net in de tuin bezig, zei dat hij dit deed bij elke voorbijganger. Het was een leblam - met de fles gevoed: in elk mens zag hij de mogelijkheid van voeding.

1. Een angstig schaap

Ik zoom in op een heel ander schaap, ook deel van de kudde. Een schuw en angstig schaap, dat niet in de buurt van iemand anders komt. Dat bang is op zijn kop te krijgen. Dat onzeker is en niet goed durft om eigen ruimte in te nemen dichtbij anderen. Het zoekt de veiligheid van eigen territorium, verder weg van anderen.

Als de herder komt, blijft het graag wat achteraf staan. Als de herder in de winter eten brengt, in voederbak gooit en vriendelijk nodigt, blijft het toch op afstand. Er is angst om dichterbij te komen en te komen eten. Wie zegt dat het dan niet ineens bars hoort: Weg jij! Wie denk je wel dat jij bent. Dát is niet voor jou!

Wat is nodig voor zo’n angstig schaap? Dat de herder vriendelijk is, nodigt met zachte stem, lokt, door de knieën gaat, liefdevol aan spreekt: Kom maar. Als je bij mij komt, zal ik je zeker niet wegsturen. Ik zal voor je zorgen. Kom maar bij mij, want als je je eigen weg gaat, betekent dat zeker je dood. Ik heb je er niet voor over dat jou dit gebeurt. Ik wil je voeden en laven. Kom maar bij mij en drink van mijn melk. Kom maar en eet van mijn brood. Waarom zou je het elders zoeken? Bij mij is het leven.

De Heere Jezus vergelijkt zichzelf met de Goede Herder die zorg draagt voor Zijn schapen. Kon Jezus dieper buigen toen Hij als een mens geboren werd en zelfs plaats nam in de voederbak?

In de Bijbel is vaker sprake van de kudde van de herder. We lezen over afgedwaalde schapen. Verloren schapen. Schapen die misschien wel graag willen komen, maar angstig zijn of denken geen recht te hebben (Kananese vrouw). Andere schapen die van deze stal niet zijn. God zorgt zelf voor Zijn schapen. Vrijpostige schapen, schuwe schapen en alles ertussenin.

Christus roept mensen tot bekering en geloof zodat ze Hem volgen, schaap worden van Zijn kudde. Maar: Velen volgen Hem niet en blijven buiten staan. Anderen komen wel, nl. namelijk degenen die uit God geboren zijn (Joh. 1) zodat ze gewillig worden en zich overgeven aan Zijn leiding. Schaap zijn van de kudde is m.a.w. niet vanzelfsprekend, het is alleen genade van God.

U ziet hier al een soort vervlechting tussen geloven en psychisch functioneren. Laat ik ze voor u uit elkaar trekken voor de helderheid.
Twee dimensies:
geloof – ongeloof
psychisch gezond - psychisch ongezond functioneren.
Om te geloven is wedergeboorte nodig, de Geest die leven geeft, geloof geeft. Daarbij speelt het psychische functioneren een rol: denken, voelen, willen.
Net zoals je voor het lopen benen nodig hebt, is je psyche betrokken bij het geloven.

Terug naar schapen. Iemand met hechtingsproblemen is zo’n schaap dat niet durft. Ik noem een paar redenen waarom het durven zo moeilijk is:
Al snel, steeds weer negatieve schema’s of werkmodellen omhoog : Ik doe het niet goed, ik ben slecht, ik ben waardeloos, ik verdien het niet, niemand moet mij. Ik kan beter zwijgen dan praten. Ik doe toch alles fout.
Het idee dat God door verzoening heen je onvoorwaardelijk zou liefhebben, is niet te bevatten/geloven. Onbestaanbaar. Het wordt in de preek wel gezegd, maar op gevoelsniveau komt dat er niet in. Wat er wel is? Het gevoel dat je alles zelf moet verdienen, moeten behagen om in Gods gunst te komen.
En dat verdienen lukt ook al niet, want er is telkens weer dat falen vanwege de hoge eisen. Die strenge eisen om alles perfect te doen omdat je anders niet deugt.
Falen is juist daarom zo erg als je niet kunt geloven dat er vergeving mogelijk is. Dat ken je niet van vroeger, geen voorbeelden. Wat is vergeving? Wat is liefde?
Wat moet je met God als Vader – komt telkens in het onze Vader terug – als je vader zijn gezag misbruikt in verwaarlozing, in geweld, in misbruik? Dan durf je niet te vragen of God je leidt omdat je zulke verkeerde ervaringen met vader hebt. Een vader die grillig is, kan uitbarsten, je pijn doet, die benadrukt dat je een hopeloos geval bent. Daar geef je je niet aan over.

Is het zo vreemd dat een angstig schaap oppast en zichzelf beschermt door afzijdig te staan?

Vandaag zou het idee ons kunnen bevangen dat er voor een onveilig gehecht kind weinig hoop is. Dat er alleen een leven mogelijk is met moeizame relaties, zowel met mensen als met God. Alsof je gedoemd bent ongelukkig te worden. Dit klopt niet.
1. Een veilige gehechtheidsrelatie is geen noodzakelijke voorwaarde voor een psychologisch gezonde ontwikkeling is, maar het is wel een beschermende factor. Iemand die niet veilig gehecht is, kan later toch – ook al is het met heel kleine stapjes - groeien in het opbouwen van relaties. Belangrijk is wel dat er veilige en betrouwbare mensen beschikbaar zijn.
2. God is niet gebonden aan onze psychologische mogelijkheden. Wat helemaal niet kan, gebeurt toch. De Heere spreekt, en het is er. Te zien in schepping. Zouden dan onze onvermogens, ons zondige tekort, onze gebrekkige opvoeding Hem in de weg staan? Gods woord is vol van macht en kracht en bewerkt wat God wil.

Een deel van onveilig gehechte kinderen die teleurgesteld zijn in mensen, ervaart bij de Heere troost en bescherming. Omdat ze geloven dat Hij de Waarheid is. Dat Hij betrouwbaar is, onmogelijk liegen kan. Dat God de Enige is Die er altijd was. Dat Hij een Toevlucht, een Schuilplaats, een veilige plek was. Dat God bestaat en zorgt waar je op niemand anders kon terugvallen. Maar nee, daar is vergeving, altijd bij U geweest Voor een ander deel lukt dat niet. Omdat God niet zichtbaar is, is de relatie met God extra lastig.

2. Voedsel voor het schaap - prediking

De gemeente is verzameling van mensen: allemaal verschillend in wat ze hebben meegemaakt. Ook verschillend in hun geloofsleven. Ieder komt met eigen behoeften, eigen zorgen, eigen vreugden naar de kerk. Voor een onwillig, ongehoorzaam schaap is een tik van de staf nodig ter correctie. Een ander schaap heeft bemoediging in de strijd nodig. Nog een ander de lokkende vriendelijke stem van de herder met troostrijke woorden.
Een dienaar van het Woord heeft fijngevoeligheid nodig voor die diversiteit. Natuurlijk niet met iedereen tegelijk rekening houden. Wel belangrijk: beseffen hoe woorden over kunnen komen of kunnen raken. Woorden kunnen anders binnen komen dan bedoeld. Grote verantwoordelijkheid om niet onnodig een hindernis op te werpen.

Laten we inzoomen op een kerkdienst. Dat is de plaats waar de Heere spreekt. Waar het wonder gebeurt: de grote en heilige God komt naar ons toe met Zijn opzoekende liefde , omdat Hij ons behoud op het oog heeft.

Man, 25 jaar, Heino, geanonimiseerd. Hij zegt: Als de kerkdienst begint, gaat het nog wel met het zingen, maar het gaat regelmatig mis als het gebed begint. Als genoemd wordt dat de Heere heilig is en dat wij niet anders dan straf verdiend hebben vanwege onze zonden, dan krimp ik al in elkaar. Dan kan ik al bijna niet meer luisteren. Dan haakt dat aan alles van vroeger. Hoe ik het dagenlang niet goed meer kon doen als ik een keer een steek liet vallen. Ik voelde alleen maar de toorn, de afwijzing. Ik maakte me klein, onzichtbaar.

Als ik mensen met hechtingsproblemen spreek, hoor ik dat terug: een opmerking of zinsnede kan weer keihard terugbrengen bij het bodemloze gevoel van afwijzing.
Wat moet je hiermee als prediker? Het is toch nodig om te spreken over Gods oordeel over de zonde? Om erop te wijzen dat wij als mens verzoening nodig hebben? Zou dit niet meer kunnen als er een angstig schaap onder onze kudde zit? De herder zou vanuit zijn Goddelijke opdracht geen halve waarheid willen verkondigen.
En daarbij: zo’n angstig schaap kent vaak maar al te goed de waarheid van de Bijbelse boodschap. Het zou wantrouwig worden als ineens een deel wordt weggelaten. Dus geen halve waarheden. Wat wel?
Spreken met twee woorden: zonde en genade. Dat is voluit Bijbels, helemaal naar gereformeerde belijdenis.

Heino merkt als de ds. begint met uit te spreken dat de Heere goed is, genadig is, barmhartig is, dat hij dan als het ware een klein beetje bodem heeft om op te staan. Hij kan dit niet vasthouden, dan is telkens helemaal weg. Als hij hoort in de mond van de predikant dat de Heere zó is, lukt het om erbij te blijven.

Kan die volgorde? Eerst de zogenaamde toegankelijkere eigenschappen van God en daarna pas de meer ontzagwekkende? Laten we stilstaan bij de eigenschappen van God. Treffend is voor mij altijd de zelfopenbaring van de Heere aan Mozes in Exodus 34.
HEERE, HEERE (2x nadruk op de God van het verbond) , God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden. (en ze zonde dan?) Die de ongerechtigheid, de overtreding en de zonde vergeeft; Die de schuldige geenszins onschuldig houdt.
De Heere zegt: zo ben Ik! Barmhartig, genadig, lankmoedig, groot van weldadigheid en waarheid. Kom bij Mij met je zonden. Wees niet bevreesd. Kom zoals je bent. Ik weet wel wie je bent. En toch mag je komen.

Móet het zo? In deze volgorde? Je ziet dat de Bijbel het ook wel omdraait. B.v. in Nahum 1. ‘.. een Wreker is de Heere… De Heere is lankmoedig …’.

God is rechtvaardig en ziet onze zonden. Wij hebben schuld bij God, inderdaad. Het Avondmaalsformulier verwoordt: onze schuld is zo groot dat Christus ervoor moest sterven. Maar onbevattelijke liefde: Hij wilde dat doen. Tot een volkomen verlossing. Geloven gaat niet zonder het besef van schuldig zijn, besef van onwaardigheid. Te onderscheiden van waardeloosheid, waarover later meer.

God is genadig is en vergeeft. En wat als je als angstig schaap geen vergeving van mens tot mens kent? Nooit geleerd hebt dat iemand je een fout of misstap vergeeft? Is het dan niet juist van belang om als prediker te benoemen hoe de Heere dat doet? Bijvoorbeeld met Bijbelse metaforen: dat Jezus de zonden van de zijnen gedragen heeft tot op het hout en dat ze daarna weggedaan zijn, dat het handschrift van de zonde is weggewist. De schuld is weggedaan omdat er is betaald, voor altijd. Onvoorwaardelijke vergeving is voor ieder mens onbegrijpelijk. Juist daarom is het zo goed om daar iets meer over te horen vanuit de Bijbel.

In de prediking zal uitgeschilderd worden wie de Heere is. Welke eigenschappen Hij heeft. Ik noem nog een eigenschap: heiligheid. Daar past eerbied bij. Diep ontzag voor de Ontzagwekkende. Treffend vind ik dit naar voren komen als de Heere Zijn wet geeft aan het volk Israël, Ex 19. Het is een openbaring aan heel het volk Israël. Dan rookt de berg, schudt de aarde, is er bliksem en donder. Het volk vreest met grote vreze.
Waarom openbaart God zich zo? Om ontzag te wekken voor de majesteit en de heerlijkheid van de Heere. We kunnen zo snel te menselijk denken van God.

Als je door alles heen zakt, moet je steeds weer horen Wie de Heere is.

Ik las over de alwetendheid van God iets dat ik graag wil doorgeven.
God houdt Zich er door zijn alwetendheid ver van om Zijn schepselen te verachten. Zijn alwetendheid is juist een dienaar van Zijn goedheid. (Charnock)
Een God die dwars door je heen kijkt. Alles weet. Niet om je te verachten, de grond in te boren, weg te sturen, maar juist om Zijn goedheid te tonen.

Een evenwichtige prediking zal een angstig schaap niet afschrikken, maar juist dichterbij halen omdat ‘er doen aan is’, omdat er evangelie is.
Een prediker mag zichzelf ervan bewust zijn: er zijn mensen onder zijn gehoor die relationeel gezien weinig of geen bodem hebben. Die keihard op zichzelf teruggeworpen worden.

Nog een voorbeeld. In deze dagen kreeg ik een tekst onder ogen over de 3 vragen aan Petrus na de opstanding : Hebt gij mij lief? Ik citeer: ‘Als er dan geen geloof is, dan kun je toch niet ontkennen dat er wel liefde is?’
Ik stelde me voor hoe confronterend dat is als je breekbaar verbonden bent. Als gezegd wordt: op de bodem van je hart is toch wel liefde? En als je dan überhaupt niet weet wat liefde is. Dan gaan negatieve mechanismes weer werken: zie je wel, dat heb ik niet. Alweer die eis – ik kan nooit voldoen. Zeker als er dan ook nog staat en ik citeer opnieuw: ‘De Heere neemt met minder dan deze door Hem gewerkte liefde geen genoegen’. Dan zijn er dus toch weer voorwaarden. Dan kan het voor mij toch weer niet.

De gereformeerde theologie is bevrijdend. De Heere doet alles. Ik hoef niets. Daarom: Geef woorden aan wat iemand niet kan meemaken of beleven wat toch wordt verondersteld te kunnen. Geef woorden aan zaken die niet doorvoeld worden. Of die gebroken zijn. Dat maakt heel veel verschil. Dan mag je er nl. tóch zijn. Dan heb je toch een legitiem plekje in de kerk. Dan zak je niet door alles heen.

Ik geef enkele voorbeelden waarin je expliciet de worsteling kunt benoemen. Als het gaat over:
- Onze Vader in de hemelen. Zeg dat God zichzelf vergelijk met een vader, maar: niet iedereen fijne gedachten bij vader. Denk dan niet aan eigen ervaringen als die heel veel pijn doen. God zorgt beter dan een aardse vader of moeder. De Heere is een Vader die jou in beeld heeft, van je weet, voor je wil zorgen.
- Je ouders eren. Benoem: Hoe moet dat als je ouders je zoveel hebben aangedaan. Onlangs hoorde ik: je ouders moeten je eer ook waardig zijn. Als zij dingen doen die niet passen bij een goede ouder-zijn, dan hen in dat gedrag niet eren.
- Vaak wordt in de preek verondersteld dat het ongehoorzaamheid of ongeloof is als we niet komen. Maar bij hechtingsproblemen speelt ook nog de onmacht, het niet kunnen, de angst. En het actief worden van negatieve schema’s. Dit benoemen helpt om erbij te blijven in de prediking:

Ik weet dat er mensen zijn die in hun leven weinig liefde hebben ervaren, die niet weten wat liefde is. Wat is liefde? Liefde zegt eigenlijk : ik verlang naar U, ik wil Uw stem horen, ik wil mijn weg met u gaan, ik wil graag doen wat U zegt. Als je niet weet wat liefde is, wat kan het dan moeilijk zijn om dat te horen: Gij zult de Heere liefhebben. De Heere weet wat je moeilijk vindt of niet kunt. Vraag Hem of je mag zien dat Hij de God is die zorgt, barmhartig en genadig is. Die álles geeft. Je hoeft echt niet zelf van alles mee te brengen. Vraag of je ogen open gaan voor Hem. Zoals bij de Emmaüsgangers.

Of : Hij zorgt voor u. Er zijn mensen die niet weten wat het is dat er iemand voor hen zorgt. Die niet weten dat je de liefde van de ander niet hoeft te verdienen door heel erg je best te doen, maar dat de ander van je houdt gewoon om wie je bent. Onvoorwaardelijk.

Heino worstelt vaak met zichzelf. Hij vindt het heel moeilijk om op een ander terug te vallen, heeft het idee dat hij ten diepste alles toch alleen moet doen. Vaak is hij depressief en ziet hij er geen gat meer in. Het leven is zwaar. Heino merkt dat het in de kerk vaak gaat over de last van zonde en die herkent hij ook wel. Wat helpt hem om er bij te blijven in de preek? Als moeiten in het leven niet alleen geestelijk geduid worden, maar ook oog voor de tijdelijke moeiten. Als de predikant zegt dat de Heere Jezus oog heeft voor verdriet, moeite en zorg van dit leven. Dat Hij betrokken is op ons lijden. Dat Hij is ingedaald in een verbroken wereld vol lijden. Dat Hij ook die last voor Zijn kinderen op Zich genomen heeft.

Laten er in de preek voorbeelden zijn van Gods zorgende hand over alle tijdelijke dingen. En dat we Hem juist ook bij de dagelijkse zorgen mogen betrekken. Gods nabijheid krijgt zo plaats naast Gods verhevenheid. Juist het benoemen van Gods nabijheid is belangrijk zijn bij hechtingsproblemen.

3. Persoonlijk contact met de herder - pastoraat

Via de preek in de gemeente krijgen schapen groepsgewijs onderwijs en voeding. Het pastoraat is te vergelijken met een apart onderhoud met de herder.

Als de herder/pastor op de grote Herder lijkt, zal hij buigen. Tot op de grond, tot zover nodig is. Geen grote ego’s, maar dienen ook al betekent dat inslikken, op puntje van je tong bijten.
Bij een schuw schaap moet je op de grond gaan zitten en vertrouwen winnen.
Letterlijk: ga niet te hoog zitten. Luister, (ver)oordeel vooral niet.
Sta open voor wat het ook maar is dat de ander bezig houdt. Blanco opnemen met aandacht.
Vraag door om het beter te begrijpen.
Check of je het goed begrepen hebt. Accepteer wat gezegd wordt, vind het niet raar.
Straal uit dat het oké is, dat hij/zij er mag zijn.
Laat actief merken dat je iemand hoort door te reageren, houd contact. Non-verbaal of met korte woorden zoals ‘ja’, tsjonge, och. Heino zegt het zo: Als ik weinig kan aflezen aan iemands gedrag of gezicht, maakt me dat onzeker. Dan slaat de twijfel toe. Klap ik dicht.

Soms gaan pastores te snel. Na iets gehoord te hebben van het zichzelf blootgevende schaap, blijven ze niet rustig zitten, maar staan ze op en worden actief. Er komen Bijbelteksten, er komt een gloedvol betoog over waarom hij/zij toch echt op de Heere mag vertrouwen. En waarom het bij de Heere vandaan kan.
En het schaap? Het wordt bang van zoveel actie. Het trekt zichzelf terug , sluit luikjes die even open mochten. Om ze voorlopig dicht te laten. Zie je wel … je kunt anderen ook niet vertrouwen … zie je wel, ik word niet begrepen.

Soms schiet iemand met hechtingsproblemen in de weerstand. Hij bekijkt de pastor met wantrouwen. Weer zo’n gezagsdrager – daar heeft hij slechte ervaringen mee. In zo’n geval is er nog meer tijd nodig. En ook extra gebed om wijsheid en tact. (Ik veronderstel dat pastoraat ingebed is in gebed). Omdat er zoveel mogelijke pijnpunten zijn.

Blijven zitten dus op de grond. En afgestemd blijven. En als je op zou willen staan omdat er een heel toepasselijke Bijbeltekst voorbij komt? Toch nog maar even parkeren. En verder luisteren, peilen.

Om dan te vragen: vind je het goed dat ik vertel waaraan ik moet denken? Dat toestemming vragen is belangrijk. Je geeft daarmee aan: ik ben te vertrouwen. Ik doe niet ineens dingen die jij niet wilt. Ik forceer niet. Jij mag de controle hebben, jij mag de regie hebben. Ik wil jou volgen en als je het goed vindt, zal ik er ook wat van zeggen. Het gaat vooral om jou.

Vaak spelen er sterke minderwaardigheidsgevoelens. Maak onderscheid tussen onwaardig zijn en waardeloos zijn. Jezelf onwaardig voelen heeft te maken met zondigheid, geen recht hebben, niets verdienen. Naar God toe onwaardig voelen heeft te maken met kennis van je ellende en verlorenheid.
Gevoelens van waardeloosheid zijn iets anders. Die maken dat je je eigen gaven niet ziet, dat je door alles van jezelf – onterecht- een streep zet. In Gods ogen wel onwaardig, maar nooit waardeloos. Benadruk dat God niet wil dat je denkt dat je waardeloos bent, maar dat we als mens waardevol zijn in Zijn ogen omdat we een schepsel van Hem zijn.

Breng zelf eventueel onderwerpen in, bijvoorbeeld op de volgende manier. Ik weet dat voor veel mensen het lastig is om te durven vertrouwen. Hoe is dat bij jou? Breng het gesprek op wie God voor iemand is en hoe iemand denkt dat God hem ziet. Vraag naar Bijbelgedeelten die van betekenis zijn geweest, die misschien houvast geven. Vul niet in, maar luister.

Vraag de pastorant of hij iets van contact met God ervaart. Voor iemand met hechtingsproblemen is het vaak onverdraaglijk als God zwijgt. Als hij wel praat tegen God in gebed, maar Hij zegt niets terug.
Er gebeurt iets vergelijkbaars als in het still-face-experiment. Vergelijk het experiment met wat er gebeurt als God zwijgt. Vaak roept dit herkenning op: dit gebeurt er inderdaad. Het is zo niet te verdragen dat er geen reactie komt; het vertrouwen is zo wankel. Als je bidden en er komt geen antwoord, voelt dat als afwijzing. Extra verlatenheid, hopeloosheid. Oude werkmodellen komen boven: zie je wel, het is niet voor mij, ik ben te slecht, wat ik ook doe ik word toch genegeerd.

Veeg de vertwijfeling niet te snel weg met Bijbelteksten. Het is een valkuil om direct te zeggen: ook al zie je Hem niet, Hij is overal. Kijk maar naar Ps. 139: waar ik ook maar heen zou gaan, Gij zijt daar. Luister eerst en laat merken dat je de moeite ervan begrijpt. Meelijden is belangrijker dan met oplossingen komen.
Wat later kan het gaan over het lange wachten in de Psalmen (Ps. 13 – 4 x in 2 verzen: Hoe lang?), Gods verlating (Ps. 22). Lees zo’n Bijbelgedeelte. Of vraag naar zo’n Bijbelgedeelte. B.v. Job die niets begrijpt en niets merkt van God, maar ondertussen wel steeds vraagt waarom hem dit allemaal overkomt. En God antwoordt maar niet. Zie, ga ik voorwaarts, zo is Hij er niet, of achterwaarts, zo verneem ik Hem niet (Job 23:8).

Vraag of je mag bidden. Als dat niet zo is, kun je vragen waarom samen bidden moeilijk is. Probeer te begrijpen waarom bidden weerstand of angst oproept. Ga ernaast staan. Of eronder. Bidden is ook moeilijk. Daarvoor moet je een relatie ervaren, daarvoor moet je een idee hebben van een persoon. Bidden is spreken met God.
Bidden is de ander bij God brengen, ook als deze het zelf niet durft. Zoals de genezing van de verlamde man. Vier vrienden brengen hem. En Jezus ziende hun geloof (van vrienden!), vergaf de man zijn zonde en als teken dat Hij alle macht had, maakte Hij hem ook helemaal gezond.

Wie we ook zijn: pastor of iemand uit het netwerk: probeer als Christus iemand op te bereiken waar hij is. De Heere Jezus weet precies wat ieder nodig had: een Petrus, een Thomas, een Maria Magdalena. Zoals Jezus handelde met de Samaritaanse vrouw. Of de overspelige vrouw.
Niet direct oordelend, geen te snelle conclusies, maar barmhartig en ontdekkend. Tot op het niveau van haar zonde en heling.
Zou zo’n houding van onvoorwaardelijke liefde en barmhartigheid geen positieve gevolgen hebben voor hechting en geloof?
Van harte Gods zegen gewenst om in het voetspoor van de grote Herder een mens te zijn tegenover uw medemens.

1. Oorspronkelijk zou ds. L. Terlouw een lezing verzorgen tijdens deze studiedag. Hij werd ziek, en overleed onverwacht op 21 april 2017. Sarina Brons, psycholoog bij Eleos, nam de lezing van hem over. Brons begon haar lezing met onderstaande woorden:

‘Geachte aanwezigen,

Het is met gemengde gevoelens dat ik op deze plaats sta.
De dinsdag na Pasen kwam het bericht dat het niet goed ging met ds. Terlouw. Hij vroeg me via zijn vrouw of ik de lezing wilde overnemen. Al eerder hadden we breder gesproken over hechtingsproblemen, impact dit heeft voor het luisteren naar de prediking en hoe je daar als pastor mee om kunt gaan. Mijn onmiddellijke reactie was dat ik het wel wilde doen, zodat hij er niet meer over in hoefde te zitten. Niet wetend dat hij kort daarna zou overlijden.
Voor deze lezing was bewust een predikant gevraagd. Ik sta dan ook per definitie niet op de goede plaats. Toch hoop ik u dingen mee te geven die gerijpt zijn uit eigen ervaringen en gesprekken die ik in de loop van de tijd heb gevoerd in mijn netwerk, in mijn werk en ook als echtgenote van een predikant. Ook zal ik enkele dingen noemen die Terlouw waarschijnlijk gezegd zou hebben en die u in Breekbaar verbonden kunt terugvinden.’