Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Verstrooid en gezonden

Dit is hoofdstuk 5 uit Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving van Stefan Paas (Boekencentrum, Utrecht, 7e druk 2018)

Vroeger woonde God om de hoek. Nu schijnt hij op reis te zijn met onbekende bestemming. In de culturele ballingschap van het christendom in Europa worden we gemakkelijk beslopen door een gevoel van verlatenheid. We vrezen dat dit niet langer Gods wereld is. Net als de oude Israëlieten in Babel denken we dat God verborgen is; hij houdt zich doof. God heeft zich teruggetrokken uit de wereld. Geleidelijk verdwijnt hij uit onze denkwereld en onze overwegingen. We vermoeden hem misschien nog in de diepten van onze ziel of in spectaculaire tekenen en wonderen, maar zijn afwezigheid in het dagelijks leven lijkt een feit. Zo volgt de secularisatie van de verbeelding op de secularisatie van de samenleving.

Dit moderne onvermogen om God bezig te zien in het gewone en alledaagse roept tegengestelde reacties op. Voor de hand liggend is het wanneer mensen er de brui aan geven, of doormodderen terwijl ze innerlijk het eigenlijk allang niet meer geloven. Maar dat zijn niet de enige reacties. Koortsachtige activiteit is vaak juist het gevolg van deze interne secularisatie. Sinds de grote crisis van de jaren zestig lijken westerse kerken hun inspanningen te verdubbelen in een poging het tij te keren. Een eindeloze stroom van modellen en technieken is over ons uitgestort: kleine groepen, beatmissen, liturgische vernieuwing, wijkkringen, kerkgroei, buurtpastoraat, charismatische vernieuwing, narratief preken, kerkplanting, vijfvoudige bediening, praise & worship, zoekergerichte diensten, doelgerichte kerk, de Alpha-cursus, mission-shaped communities, jeugdwerk, noem maar op. Van al die benaderingen is uiteraard wel iets te leren. Het probleem is dat ze telkens weer aangegrepen worden om het rafelende kleed van een christelijke cultuur op te lappen. Bij elk nieuw initiatief is de vraag: zal dit de kerk er weer bovenop helpen? Brengt dit de mensen weer terug die verdwenen zijn? In feite laten zulke vragen zien waar de echte pijn zit: we geloven niet dat God zelf deze situatie heeft veroorzaakt. Al deze technieken en instrumenten, hoezeer ze ook verpakt zijn in bijbelteksten en vergezeld gaan van gebeden, verhullen een dieperliggend geestelijk probleem. We benaderen de wereld alsof God daarin niet langer werkt. We denken dat hij ons in Babel heeft afgezet en ons toen heeft verlaten. Het is nu aan ons, menen we, om de weg terug te vinden naar Jeruzalem.

Theologen die het hebben over Gods oordeel in dit alles, steken een spa dieper. Zij gaan ervan uit dat God wel degelijk aanwezig is in onze ballingschap. Zij weigeren hun verbeelding te laten seculariseren. Tegelijk vraag ik me af in hoeverre hun geest nog in Jeruzalem is achtergebleven. Er is me te veel sprake van nostalgie in dit soort analyses. Ik denk dat er goede redenen zijn om de crisis van kerk en cultuur te zien als een oordeel. Het alternatief is dat we de crisis zien als iets wat God is overkomen, als iets wat hem uit de handen is gevallen. Voor christenen lijkt me dat geen echt alternatief. Maar de cruciale vraag is deze: op welke manier is het ineenstorten van de volkskerken en de christelijke natie een oordeel van God? Moeten we hopen dat God, na ons berouw en inkeer, die grootse eenheid van kerk en cultuur zal herstellen? Of is het juist andersom en ervaren we nu dat God juist dit volkskerkelijk en nationaal-christelijk denken heeft geoordeeld?1 En mogen we daarbij geloven dat hij ons door dit oordeel heen een nieuwe missie geeft? Het eerste perspectief zou je ‘deuteronomistisch’ kunnen noemen en het tweede ‘diasporisch’. In dit diasporische perspectief gaat het erom dat we de crisis aanvaarden als een weg die God met ons gaat en dat we langs die weg onze roeping ontvangen. Het gaat erom dat we leren het oordeel als het ware ‘mee te nemen’ in een vernieuwde missionaire roeping. De huidige culturele ballingschap van het christendom wijst ons zodoende een weg naar een missionair besef dat is gezuiverd van machtsstreven en sektarisme. We moeten leren om opnieuw zwak, dwaas en hoopvol in de wereld te zijn.

In dit hoofdstuk wil ik vooral dit diasporische motief uitwerken, omdat het naar mijn besef meer recht doet aan de hele Bijbel (inclusief het Nieuwe Testament) en aan de situatie waarin wij ons vandaag bevinden. Eerst zeg ik een paar algemene dingen over dit motief. Daarna werk ik het verder uit aan de hand van de eerste brief van Petrus. Ik wil daarbij laten zien dat een diaspora-identiteit twee kanten heeft: zorg om de eigen identiteit en tegelijk een positieve toewending naar de wereld. Naar mijn idee is dit een belangrijk inzicht voor christelijke gemeenschappen in een seculiere omgeving.

1. Diaspora en zending

Het woord ‘diaspora’ betekent letterlijk iets als ‘het gezaaide’ – in missionair opzicht een veelbetekenende term.2 In de Bijbel veronderstelt een missionaire identiteit steeds beweeglijkheid. Jezus geeft zijn apostelen de opdracht om eerst te ‘gaan’ als voorwaarde voor het maken van discipelen (Matteüs 28:19). In die opdracht horen we de echo van het gebod aan Abraham om uit zijn land te gaan en tot een zegen te zijn voor alle volken (Genesis 12:1). Deze beweeglijkheid komt ook tot uiting in de opdrachten die God meegeeft aan Noach en zijn familie wanneer zij de ark verlaten. Op het moment dat hun oude wereld is verwoest en zij een nieuw begin mogen maken, krijgen zij te horen: ‘Wees vruchtbaar, word talrijk en vervul de aarde’ (Genesis 9:1, 7). Min of meer dezelfde opdracht ontvangen de Israëlieten die later naar Babel zijn weggevoerd, bij monde van Jeremia: ‘Zoek de vrede voor de stad waarheen ik jullie in ballingschap heb laten wegvoeren, en bid voor haar tot de HEER, want in haar vrede zal jullie vrede gelegen zijn’ (Jeremia 29:6-7). Telkens ontmoeten we hier mensen in een situatie van ontworteling, een situatie waarin zij ‘vreemdelingen en bijwoners’ zijn op aarde en telkens krijgen zij een opdracht die hen in een positieve, missionaire betrokkenheid tot de wereld plaatst.3

In het Nieuwe Testament komt het zelfstandig naamwoord ‘diaspora’ drie keer voor, evenals het werkwoorddiaspeiroo. In twee teksten gaat het over het ‘leven in verstrooiing’ van de Joden onder de volken (Johannes 7:35; Jakobus 1:1).4Verder ...

Log in of registreer gratis om verder te lezen.

Om verder te gaan heb je een account nodig.
Met een account heb je direct een maand gratis toegang, zonder verplichtingen.

Ik wil een account aanmaken

Met een account heb je direct een maand gratis toegang tot honderden preekschetsen, artikelen en nog veel meer.

Account aanmaken

Ik heb al een account

Heb je al een abonnement?
Log dan hieronder in.

Inloggen