Preken over de brief aan de Hebreeën

Met het oog op Jezus. Prediking uit de brief aan de Hebreeën, van H.C. van der Meulen

Wat zo boeiend is aan de brief aan de Hebreeën? Allereerst de taal die de schrijver gebruikt. Niet dat ik alles meteen begrijp wat hij zegt, maar alleen al het hardop lezen fascineert. 

Henk C. van der Meulen 

 

Waarom word je door een Bijbelboek in het bijzonder gegrepen? Je kunt immers ook zeggen: ik word door alle boeken van de Bijbel geboeid. Zo is ook een preek voorbereiden over een Bijbelgedeelte uit het Oude en het Nieuwe Testament telkens weer een ontdekkingstocht, een avontuur, een waagstuk. Dat geldt van elke tekst die een leesrooster aanreikt of die zelf wordt gekozen. Toch kun je tevens door een bepaald Bijbelboek speciaal worden aangetrokken. Anderen zullen dit wellicht herkennen. Wat het Oude Testament betreft, heb ik dat met het boek Prediker. En daarin ben ik zeker ook niet de enige. Van de nieuwtestamentische boeken heeft de brief aan de Hebreeën me altijd in het bijzonder aangesproken.

Ik kan niet een speciale datum noemen waarop die betrokkenheid is begonnen. Het zal vast ook te maken hebben met de preken van mijn vader, die op eigen wijze het lijden en medelijden van de Hogepriester Jezus naar voren bracht. Ook uit de galerij van de geloofsgetuigen waarover Hebreeën 11 spreekt, preekte hij nogal eens. Toen mijn vader overleed, stond een tekst uit Hebreeën 4 op de rouwbrief: ‘Wij die geloven gaan in tot de rust’. Opgevoed met de liederenschat van de kerk en niet in het minst ook met de zangbundel van Johan de Heer kwam ik in aanraking met taal die in een bepaalde mate aan Hebreeën is ontleend. Een derde factor zijn de werken van Kohlbrugge geweest. Ik denk dan aan zijn uitleg van deze brief, maar ook aan De tempel en haar gereedschappen.

Bij mijn doctoraalexamen was mijn scriptie over de brief aan de Hebreeën onderwerp van gesprek. In de scriptie werd Bornkamm, Grässer, Klappert, Schillebeeckx naar voren gebracht. Het onderzoek was toegespitst op twee studies die in die tijd waren verschenen: W. Aalders en H. Wiersinga. De benadering van de brief door die twee loopt sterk uiteen, maar ik heb geprobeerd het goede van elk in te brengen in een eigen waardering.

 

Hij pakt ons bij het hart en bij het oor

Nu iets over wat me in de brief aan de Hebreeën daarna altijd is blijven boeien. Dat is allereerst de taal die de schrijver gebruikt. Niet dat ik alles meteen begrijp wat hij zegt, maar alleen al het hardop lezen fascineert. Aan de ene kant een vreemde taal, een taal die behoorlijk wat kennis van de Bijbel veronderstelt, aan de andere kant een welgevormde taal. De schrijver gebruikt woorden die we alleen in zijn brief tegenkomen en hij is ook creatief. De waarschijnlijk door hem zelf gevormde joods-hellenistische term sabbatismos (de rust, de eeuwige sabbat) klonk de hoorders toen treffend in de oren, denk ik, maar ik vind het ook een gouden greep.

Dit brengt bij een tweede aspect van het boeiende van deze brief. Een van buitenaf sociaal-maatschappelijk onder druk staande en van binnen geestelijk aangevochten gemeente wordt door de schrijver een hart onder de riem gestoken. Dat doet hij door hen opnieuw stevig op het fundament van de belijdenis te zetten. Het mooie is dat hij daarbij niet maar het bekende getuigenis herhaalt, maar een eigen nieuwe vertolking biedt, waarbij hij zijn uitgangspunt met name in Psalm 110 (110:1 en 110:4) neemt. Hij geeft het evangelie dus niet met houten handen door, maar op een actuele, frisse manier. In de (hellenistische) taal van zijn hoorders. Met een dynamisch gebruik van de Schrift. Daarbij gaat hij in op de zorg en de nood van zijn hoorders, die hij persoonlijk kent en die hij ook persoonlijk aanspreekt.

Van hieruit kom ik op een derde aspect. Wat me vooral aanspreekt, is het pastorale karakter van zijn prediking. Als ik tot me door laat dringen wat hij naar voren brengt, krijg ik weer moed. Hij geeft houvast. Dat doet hij door ons de rijkdom van de persoon en het werk van Jezus Christus voor ogen te stellen. Wat hij uit de Schrift naar voren haalt, doet hij met het oog op Jezus. Een vermoeid geraakte gemeente laat hij Jezus zien. Een aangevochten ziel laat hij de blik vestigen op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof. Nee, hij aait ons niet over de bol. Hij geeft niet maar een lekkere knuffel, ook al moet je daar ook de waarde van inzien. Hij vertroost niet alleen, hij vermaant ook. En dat doet hij eveneens met betrokkenheid. Hij pakt ons niet alleen bij het hart, hij pakt ons ook bij het oor (een figuurlijk beeld uit vroegere tijd). Soms brengt hij dingen naar voren, die me kunnen verschrikken. Hij kan ook heel pittig uit de hoek komen (bijv. in hoofdstuk 6 over de onmogelijkheid van een tweede omkeer). Maar dit heb ik wel begrepen: de donkere tonen zijn niet bedoeld om neer te drukken, maar om ons bij de les te houden. Zoals een trainer in de rust zijn tam spelend elftal ongezouten de waarheid kan vertellen, zodat ze in de tweede helft met een andere inzet het veld opgaan.

De prediking van de auteur van Hebreeën is parakletisch. Zo noemt hij zijn homilie ook in hoofdstuk 13: een woord van paraklese. Bemoediging, opwekking, opmontering, aansporing, vermaning, appel, vertroosting. De auteur is een echte redenaar die logos en pathos weet te verbinden. Met de bedoeling dat ieder de eindstreep van de wedloop van het geloof zal halen. Ook dat is een aspect dat me zo boeit. Meer dan eens brengt de auteur onder woorden, dat ‘niet een van u’ achter moet blijven. Vandaar ook zijn klemtoon op het omzien naar elkaar.

 

Dankbaar uitgangspunt voor preken

Aanleiding om uit deze brief te preken kan zijn, dat hij ‘op het rooster’ staat. Er zijn ook genoeg gedeelten in de brief die bij een bepaalde gelegenheid aan de orde kunnen worden gesteld. Een kerstpreek over het tweede hoofdstuk, een preek bij het doen van openbare belijdenis (het woord ‘belijdenis’ komt meer dan eens naar voren), bij een doopplechtigheid, bij de viering van het Avondmaal. Voor de passietijd biedt deze brief rijke stof. Je kunt er ook voor kiezen in een lectio continua de gemeente nader kennis te laten maken met deze unieke brief. Dat hoeven er geen twintig te zijn. Er zijn nog meer Bijbelboeken. Er zijn ook andere diensten en andere voorgangers. Maar een (beperkt) aantal preken uit deze brief kan verrijkend en opbouwend zijn.

 

Zoveel thema’s die ons nu raken: gemeentevisie, de betekenis van rust, pelgrimage….

Wat me bij het bestuderen van deze brief ook trof, waren de thema’s die de schrijver aan de orde stelt. Thema’s die ons vandaag de dag nog bezighouden. Er zit natuurlijk een lange afstand tussen de tijd van de brief en onze tijd. Daar spring je niet met een klein hupje overheen. Het vraagt om uitleg en vertolking. Maar ik vond het frappant, dat zoveel thema’s ons nu ook raken. Ik denk aan: het geloof in engelen, het lijden, gemeentevisie (‘back to basics’) en ‘gemeentewerken’, de betekenis van de sabbat en van de rust, het betonen van empathie en compassie, de verzoening van de schuld, het inspirerende voorbeeld van hen die ons zijn voorgegaan, pelgrimage en vreemdelingschap, gastvrijheid, de voorbede, de relatie kerk – Israël. Dat doet de auteur steeds met het in het middelpunt zetten van Jezus. Maar Hij is dan ook de grond onder onze voeten, de betrokken Metgezel op onze reis, de Borg van de hoop en de Middelaar van het nieuwe verbond voor Israël en de volken.

 

Van Henk van der Meulen verscheen in februari 2018  ‘Met het oog op Jezus – De prediking van de brief aan de Hebreeën’ (Bookscout), een grondig commentaar op de brief aan de Hebreeën en ruim twintig schetsen over teksten uit deze brief:

Voor PreekWijzer schreef Henk van der Meulen drie preekschetsen bij Hebreeën 1:14, Hebreeën 4:12-13 en Hebreeën 3:1. Bekijk deze serie schetsen bij de brief aan de Hebreeën.

Geef een reactie