Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Genesis 32:27

Tiende zondag van de zomer

Genesis 32:27

Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’

Schriftlezing: Genesis 32:23-33

Het eigene van de zondag

De zomerse zondagen lenen zich goed om eens stil te staan bij bijbelse thema’s waar we in de dienst bijna vanzelfsprekend mee omgaan, zoals zegenen. In deze schets ga ik in op de waarde van de zegen voor de gezegende. In de andere twee schetsen komen het liturgische aspect van zegenen (16 augustus) en het zegenen van kinderen (30 augustus) aan de orde.

Uitleg

Jakob heeft jaren geleden de zegen als eersteling gekregen, in plaats van zijn oudere broer Esau (Genesis 25:29-34; 27:1-28:5). Na de list om deze te verkrijgen is Jakob naar zijn oom Laban gevlucht en daar gebleven. In Genesis 32 staat hij op het punt na al die jaren de eerste voetstappen weer te zetten in het land Kanäan. Jakob is duidelijk bang voor de confrontatie met Esau (32:4-12). Jakob zet zijn ...

Log in of registreer gratis om verder te lezen.

Om verder te gaan heb je een account nodig.
Met een account heb je direct een maand gratis toegang, zonder verplichtingen.

Ik wil een account aanmaken

Met een account heb je direct een maand gratis toegang tot honderden preekschetsen, artikelen en nog veel meer.

Account aanmaken

Ik heb al een account

Heb je al een abonnement?
Log dan hieronder in.

Inloggen