Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Lucas 15:31,32

Lucas 15:31, 32

Zevende zondag na Pinksteren

Zijn vader zei tegen hem: ‘Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.’

Schriftlezing: Lucas 15:11-32

Uitleg

De jongste zoon trekt meestal alle aandacht, terwijl de spits van de gelijkenis bij de reactie van de oudste zoon ligt, of nog liever: bij de houding van de vader tegenover de oudste zoon, die hij als ‘mijn jongen’ aanspreekt.

Voor de derde keer wordt het werkwoord ‘hebben’ gebruikt: een man heeft honderd schapen, een vrouw heeft tien penningen, een vader heeft twee zonen. Een kind verliezen is wel anders dan een schaap of een penning. De derde gelijkenis is de meest intense, vooral vanwege de wending. De oudste zoon is de verloren zoon. Analoog aan de ...

Log in of registreer gratis om verder te lezen.

Om verder te gaan heb je een account nodig.
Met een account heb je direct een maand gratis toegang, zonder verplichtingen.

Ik wil een account aanmaken

Met een account heb je direct een maand gratis toegang tot honderden preekschetsen, artikelen en nog veel meer.

Account aanmaken

Ik heb al een account

Heb je al een abonnement?
Log dan hieronder in.

Inloggen