Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets Lukas 10:29 - Startzondag

Startzondag

Lukas 10:29

Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’.

Perikoop: Lucas 10:25-37
Thema: Goede buren

Exegetische opmerkingen

‘Buren’ zijn: de bewoners van de huizen in de buurt van jouw huis. Het woord ‘buren’ komt maar weinig voor in de bijbel. Van buren leen je (2 Koningen 4:3) of krijg je (Exodus 11:2, Ezra 1:6) spullen. Je doet met hen samen als er een bokje geslacht moet worden (Exodus 12:4). De buren drijven de spot met je (Psalm 31:12), maar je kunt hen ook uitnodigen om zich met je te verheugen over wat je ontvangen of gevonden hebt (Lucas 1:58, Lucas 15:6,9)!

Voor deze schets ga ik uit van het Bijbelse woord: ‘naaste.’ Hebreeuws - rea Dat is een breed begrip: ieder die tot je levenskring hoort, niet noodzakelijk familie of volksgenoot. Het Griekse plèsios krijgt zo mogelijk een nog ruimere betekenis. Zelfs je vijand is je naaste.

Schriftlezing: Lucas 10:25-37 wie is mijn naaste? Overigens wordt het begrip ‘naaste’ in het Engelse weergegeven met ‘neighbour!’

Opmerkingen bij het Bijbelgedeelte, met het oog op het thema

Het gebod is dat je je naaste liefhebt. Liefhebben, Grieks agapao, betekent: daadwerkelijk iets voor die ander over hebben. Het gaat niet over een gevoel, maar om daden.

De wetgeleerde vraagt “Wie is mijn naaste?” Met andere woorden: Tot wie strekt zich het gebod van de naastenliefde uit? Alleen mijn familie of mijn volksgenoten? Jezus antwoordt met de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Daar zit een omdraaiing in. ‘Wie moet ik gaan helpen?’ verandert in: “Wie is voor mij een helper geweest?” En beschamend genoeg is dat niet degene van wie je het zou verwachten (priester, leviet, volksgenoot), maar de buitenlander/anders gelovende.

“Wie is de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?” vraagt Jezus. De wetgeleerde (vs. 37) zegt niet “de Samaritaan,” maar “de man die medelijden heeft getoond” (= barmhartigheid bewezen heeft). Barmhartigheid bewijzen is vooral een kwalificatie die bij God hoort. Hij is de Barmhartige. Iets van zijn liefde wordt zichtbaar waar mensen barmhartig zijn.

Hoe heeft het thema ‘goede buren’ met geloven in God te maken?

* God vraagt van ons Hem lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. Je naaste liefhebben impliceert ook: goede buren zijn. God Zelf gaat ons voor in zijn barmhartigheid.

* In dit thema speelt daarnaast de notie van de incarnatie. Jezus heeft onder ons gewoond. ‘He came into our neighbourhood.’ Jezus navolgen betekent ook: je geven in je eigen leefomgeving. In Matteus 25 zegt Jezus: “Wat je voor de minste van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.”

* Goede buren zijn, heeft bovendien een missionaire kant. We zijn geroepen om zout der aarde en licht der wereld te zijn. Wie een goede buur is, laat iets zien en proeven van het goede van God. In Handelingen 2:47 lezen we over de eerste christenen dat zij bij het hele volk in de gunst staan.

Bouwstenen voor een preek ‘Goede buren’:

* Vooraf: Het thema ‘Goede buren’ heeft een individuele kant: iedere kerkganger is en heeft een buur. En er is het collectief: de buren van de kerk / het kerkgebouw.

* Welke associaties heb je bij buren? Er zijn prachtige voorbeelden van buren die veel voor elkaar betekenen in moeilijke tijden. Juist omdat een buur zo dichtbij je woont, kan die in kleine dingen het verschil maken. Even kijken of de buurvrouw de gordijnen al open heeft. Of: met je gewonde buurjongetje naar de huisartsenpost rijden omdat hij een gat in zijn hoofd heeft opgelopen. Voor deze voorbeelden van burenhulp hoeven buren niet eens zo’n intense relatie met elkaar te hebben. Aan de andere kant gaat het soms ernstig fout tussen buren. Daar kun je ziek van worden en het kan een reden zijn om te verhuizen. Denk aan tv-programma’s als ‘De rijdende rechter’ of ‘Bonje met de buren.’

* Je buren kies je niet uit (in tegenstelling tot je vrienden). Je bent aan elkaar gegeven (tot elkaar veroordeeld) en hebt het met elkaar te doen. De Samaritaan en de gewonde man uit de gelijkenis kenden elkaar niet, toch hielp de Samaritaan, in meer dan het gewone.

* Rick Bayon, een Amerikaanse humorist, zei: “Buren, dat zijn de vreemdelingen die naast je wonen?” Is dat zo, dat je buren vreemd voor je zijn? Hoe kun je daar verandering in brengen? Ontmoet je elkaar wel eens, zomaar, om elkaar beter te leren kennen? En hoe doe je dat als kerk in een buurt?

* Wat doen wij persoonlijk om ‘Goede buren’ te zijn? En wat zouden we nog meer kunnen doen? Kunnen kerkgangers een persoonlijke kleine stap/voornemen bedenken? (‘Ik ga toch eens kennismaken met m’n nieuwe benedenbuurman.’) En dan een week later erop terugkomen!

* Wat doen wij als kerk om ‘Goede buren’ te zijn? Zou het mogelijk zijn om net als die man en vrouw uit de gelijkenis in Lukas 15 (vs. 6 en 9) hen te laten delen in je vreugde om wat je gevonden hebt? Hoe? Of zou je ook iets van je zoektocht met hen kunnen delen? Of de gelegenheid bieden om te bidden, een kaarsje aansteken.

* In de gelijkenis is sprake van een omdraaiing van helper en hulpbehoevende. Als wij nadenken over ‘goede buren,’ (vorige vragen) vragen we ons al snel af wat wij voor onze buren kunnen doen. Maar minstens zo interessant is de vraag wat onze buren ons te geven hebben en wat wij misschien over het hoofd zien. Sta je open voor wat je buren je te geven hebben? Boeiend om ook dit te verkennen!

* Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam heeft ‘vertrouwen’ als een belangrijk thema in zijn werk. Hij vertelt daar (o.a.) het volgende over. “Ik vraag ook altijd in een zaal als ik een toespraak mag houden hoeveel mensen de sleutel van hun buren hebben en dat is beduidend minder dan vroeger. Het geven van je huissleutel aan je buren is een opperste vorm van vertrouwen. Dat valt tegen in Rotterdam, dus daar is nog veel werk in te verzetten.”

Over sleutels gesproken. De Heilige Grafkerk in Jeruzalem is sinds 1852 een simultaankerk, in handen van zes christelijke confessies. De relaties tussen de diverse kerken waren zo slecht dat de sleutels van het heiligdom werden toevertrouwd aan twee Palestijnse moslimfamilies. Dat is tot op de dag van vandaag het geval. Vraag: Hoe staat het onder ons met ‘vertrouwen’? Zou de kerk een betrouwbare buur zijn (en hoe weet je dat)? Wat doen we eraan om dat vertrouwen te behouden/vergroten?

Multimediale suggesties

Een filmpje van ‘Buurman en buurman,’ een Tsjechische poppenanimatie-serie waarin twee buren (buurman en buurman) allerlei avonturen beleven, meestal op het gebied van klussen. Maar wat het betekent om elkaars buren te zijn, komt vooral mooi terug in de aflevering over ziek zijn (klik op de link om te bekijken). Het filmpje duurt 7 minuten, dat is voor een kerkdienst te lang. Je kunt het inkorten. Je zou het kunnen gebruiken in een gesprek, bijvoorbeeld met kinderen en daar dan de vraag bij stellen. Buurman en buurman zijn goede buren. Waar zie je dat aan? (Mij treft vooral dat er van alles fout gaat, maar ze blijven elkaar accepteren en helpen en lachen…) Je kunt ook vragen welke buurman de helper is en wie wordt geholpen.

Als je meer aan een buurvrouw denkt, is er het lied van Brigitte Kaandorp: ‘Buurvrouw. Hier zien we mooi de omkering. Zij vertelt niet wat een geweldige buurvrouw zij zelf is, maar vooral hoe zij zelf altijd terug kan vallen op haar buurvrouw.

Je zou ook de tune van de tv-serie “Neighbours” als uitgangspunt kunnen nemen. https://www.youtube.com/watch?v=kIdFzP0TJxc. “Next door is only a footstep away.”

Neighbours

From the Australian TV show "Neighbours" (Tony Hatch / Jackie Trent)
Barry Crocker – 1985
Paul Norton & Wendy Stapleton – 1999
Janine Maunder – 2002
Bekijk dit op Youtube

Neighbours, everybody needs good neighbours
With a little understanding, you can find the perfect blend
Neighbours, should be there for one another
That's when good neighbours become good friends
Neighbours, everybody needs good neighbours
Just a friendly wave each morning, helps to make a better day
Neighbours, need to get to know each other
Next door is only a footstep away

Neighbours, everybody needs good neighbours
With a little understanding, you can find the perfect blend
Neighbours, should be there for one another
That's when good neighbours become good friends
Neighbours, should be there for one another
That's when good neighbours become good friends
That's when good neighbours become good friends

Liedsuggesties

Startzondag is een feestelijke dag. Nodig je gasten uit voor deze dienst? Je buren? Of betrek je gemeenteleden die ‘er niet iedere zondag zijn’ bij je activiteiten. Dat vraagt om toegankelijke liederen. In het boekje ‘De missionaire eredienst’ (uitgegeven door de afdeling Missionair Werk van de Dienstenorganisatie van de Protestantse kerk in Nederland), pagina 35-36, staat een uitgebreide opsomming.

Verwelkoming

NLB 276, 280, 288, 216, 218

Psalmen

NLB 33:7 en 8, NLB 103:3 en 7, NLB 133, NLB 145:3,5

Thema

NLB 419, 880, 934, 973, 975, 1003, 1005, 1007

Onze Vader

NLB 371, NLB 1006

Weggaan

NLB 416, NLB 423, NLB 425, NLB 428, NLB 1014, NLB 1015

Gebed

  • Maak een gebedsvorm waarbij kerkgangers worden uitgenodigd om concrete bid en dank-punten te noemen voor de buurt. Nadrukkelijk is het de bedoeling ook dankpunten te formuleren (zie preekschets, geen eenrichtingsverkeer van kerk naar buurt).

  • Leg b.v. een plattegrond van de stad/ het dorp/de buurt op het liturgisch centrum en laat kerkgangers daarop waxinelichtjes plaatsen waarbij ze in een paar woorden hun gebed uitspreken. “Ik ben blij voor het buurthuis waar zoveel mooie dingen gebeuren,” “ik bid voor m’n buurvrouw die in een nare scheiding verwikkeld is”

  • Je kunt ook een gebedsmuur creëren, door een groot effen vel papier op te hangen, met afbeeldingen uit de woonomgeving eromheen. Op de effen ruimte kunnen mensen geeltjes opplakken met gebed/dank. Dan is het goed om dat als een geheel op te nemen in de gebeden.

Tekstsuggestie voor een gebed

Heer,
laat de ene mens
voor de andere
Uw genade zijn
hoe gebrekkig ook.
Genade van begrip,
van hulp, opbeuring en troost,
van licht en steun, van hoop en trouw.

Genade van vriendschap,
genegenheid,
van vergeving en vertrouwen.
Zoals Gij onze grote genade zijt,
laat ons, vragen we,
midden in het leven van nu,
een kleine genade zijn voor mekaar.


Ward Bruyninckx, o.a. te vinden in: Eensgezind volharden in gebed. Een oecumenisch gebedenboek, Brepols 1988